Sociale ecologische transitie

Sociale ecologische transitie

4.2 Sociale ecologische transitie


Klimaatbeleid versnellen

  • Klimaatneutraal in 2040. Om de klimaatcrisis aan te pakken, maken we de EU zo snel mogelijk klimaatneutraal. In 2035 moet de Europese elektriciteitsvoorziening CO2-neutraal zijn en in 2040 moet de hele economie klimaatneutraal zijn. We maken bindende afspraken over de afbouw van fossiele energie. Dit vraagt om solidariteit met EU-landen die minder middelen tot hun beschikking hebben voor de transitie. Zij hebben Europese steun nodig om de vergroening van industrie, gebouwde omgeving, vervoer en landbouw te versnellen. De rijkste lidstaten, waaronder Nederland, dienen voorop te lopen: in 2030 moeten zij hun broeikasgasemissies met 65% verminderen.
  • Afschaffen fossiele subsidies. Fossiele subsidies van lidstaten faseren we uit, zodat ze in 2025 zijn afgeschaft. Alle andere milieuschadelijke subsidies faseren we uit voor 2027. Zo krijgen duurzame bedrijven een eerlijke kans. We leggen een bindend Europees tijdpad voor de afbouw vast. Daarbij houden we rekening met kwetsbare huishoudens en met het belang van elektrificatie van de industrie. We schonen de EU-begroting op: geen Europees geld meer naar fossiele infrastructuur, inclusief LNG-terminals. Binnen het Europese CO2-emissiehandelssysteem (ETS) worden geen gratis emissierechten meer verstrekt. Fossiele projecten van Europese bedrijven in het buitenland krijgen niet langer overheidssteun. Ook moeten Europese lidstaten een afbouwpad van nationale fossiele subsidies in hun klimaatplannen vastleggen.
  • CO2-opslag. We staan opslag en recycling van CO2 uitsluitend toe wanneer de uitstoot op korte termijn niet kan worden voorkomen – dus niet voor kolen- en gascentrales – of wanneer dit negatieve emissies oplevert. Overheden houden streng toezicht om lekkages en aardschokken bij (onderzeese) opslaglocaties te voorkomen. De vervuiler betaalt de opslag en recycling zelf.
  • Negatieve emissies. Methoden die CO2 uit de atmosfeer verwijderen mogen geen excuus vormen om fossiele brandstoffen te blijven verstoken. We leggen vast dat CO2-emissies binnen het ETS niet mogen worden gecompenseerd met negatieve emissies of met elders verworven emissierechten. Voor negatieve emissies stellen we een aparte regeling op, die een breed scala aan methoden voor CO2-verwijdering uit de atmosfeer bevordert zolang onze economie nog niet volledig circulair is. De regeling moet recht doen aan de risico’s en onzekerheden die alle methoden aankleven. Producenten van fossiele brandstoffen gaan meebetalen aan negatieve emissies, naar rato van hun historische emissies.
  • CO2-grensheffing. We sporen de rest van de wereld aan tot vermindering van broeikasgasemissies door een snelle implementatie van de CO2-grensheffing (CBAM) en uitbreiding van de sectoren die eronder vallen. Tegelijk ondersteunen we landen in het mondiale Zuiden bij het vergroenen van hun energievoorziening en industrie, onder meer via Just Energy Transition Partnerships.

Klimaatrechtvaardigheid

  • Sociaal Klimaatfonds. Om te zorgen dat iedereen mee kan in de transitie, breiden we het Sociaal Klimaatfonds fors uit. We stellen zeker dat de investeringen terechtkomen bij kwetsbare huishoudens, wijken en regio’s. Dit fonds willen we bijvoorbeeld inzetten voor de verduurzaming van huurwoningen en het openbaar vervoer, dat ook betaalbaar moet blijven.
  • Werkgarantiefonds. De verantwoordelijkheid om werknemers die geraakt worden door de ecologische transitie te begeleiden van werk naar werk ligt in de eerste plaats bij hun werkgevers. Dit wordt vastgelegd in een sociaal plan: duidelijke afspraken met instemming van onafhankelijke vakbonden. Dit is een voorwaarde bij financiële steun aan bedrijven; zo nodig vorderen we subsidies terug. We nemen een overheidsaandeel in bedrijven als dat nodig is om de transitie te versnellen. Als laatste redmiddel voeren we een werkgarantiefonds in, dat werknemers in fossiele sectoren verzekert van omscholing en werk in duurzame sectoren – als dat onvoldoende lukt door werkgevers. Daartoe vullen we het Sociaal Klimaatfonds en het Eerlijke Transitiefonds aanzienlijk aan. Wie in de energietransitie werkt of zich ervoor laat (om)scholen, is zeker van goed werk.
  • Isolatie-offensief. We starten een Europees isolatie-offensief dat lidstaten helpt de woningen te isoleren van mensen die dat zelf niet kunnen. Dit houdt in dat we woningcorporaties financieel ondersteunen bij de isolatie van huurwoningen, het plaatsen van zonnepanelen en de aanleg van duurzame warmtenetten.
  • Eerlijke transitie in de regio. We steunen regio’s die hard geraakt worden door het afbouwen van de fossiele industrie. Zij moeten kunnen bouwen aan een duurzame toekomst met het behoud van banen. We breiden daartoe het Eerlijke Transitiefonds (JFT) uit en benutten de Structuurfondsen (ESIF).
  • Internationale klimaatrechtvaardigheid. Wij willen alles op alles zetten om de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs te halen, zodat de opwarming van de aarde beperkt blijft tot anderhalve graad. We nemen als EU het voortouw bij internationale klimaattoppen, bepalen onze onderhandelingsinzet bij meerderheid en spreken met één stem. We spelen een leidende rol bij klimaatfinanciering voor het mondiale Zuiden, waarmee deze landen hun uitstoot kunnen beperken en zich kunnen aanpassen aan klimaatverandering. We leveren ook een eerlijke bijdrage aan het schadefonds dat compensatie biedt aan landen die hard geraakt worden door de klimaatcrisis. We werken aan partnerschappen voor overdracht van technologie, kennis en financiële ondersteuning om landen in het mondiale Zuiden te ondersteunen bij de uitrol van hernieuwbare energie en bij het opvangen van de klappen van de klimaatcrisis.
  • Vergroening financiële sector. Te vaak nog zien financiële instellingen investeringen in hernieuwbare energie of duurzame landbouw als risicovoller dan investeringen in de fossiele economie. Ze staan met hun rug naar de toekomst. Daarom verplichten we banken, verzekeraars, pensioenfondsen en vermogensbeheerders om heldere strategieën te formuleren en uit te voeren om de emissies die voortvloeien uit hun leningen en investeringen in lijn te brengen met de Europese klimaatdoelen. Er moeten volgend mandaat bindende regels komen om financiële instellingen aansprakelijk te houden voor schenden van klimaatnormen en mensenrechten. De wetgeving over internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen gaat ook gelden voor financiële instellingen.
  • Europese Investeringsbank. We maken de EIB tot dé bank voor de ecologische transitie. Deze bank stelt meer kapitaal beschikbaar voor groene investeringen tegen lage rente, ook aan burgercollectieven. Duurzaamheids- en transparantie-eisen voor financiële tussenpartijen scherpen we aan. Aan het EIB-besluit om geen subsidies meer te verlenen voor fossiele energie tornen we niet.
  • Aanpak overconsumptie. We pakken overconsumptie aan door herverdeling van inkomen en vermogen, maar ook door de verkoop van goederen en diensten met een grote ecologische voetafdruk te verminderen. We begrenzen overconsumptie met verplichte milieustandaarden voor producten (ecodesign), het verlengen van wettelijke garantie om consumptie te beperken en duurzamer ontwerp van producten te stimuleren en het verbieden van excessen als privéjets.
  • Minder ongezonde reclame. We leggen commerciële reclame aan banden, te beginnen met een verbod op fossiele reclames en ongezonde zaken als (online) gokken, alcohol en fastfood. Illegale reclame op sociale media wordt aangepakt evenals influencers die bewust producten aanprijzen die de gezondheid van kinderen schaden.


Groene energie

  • Zuinig met energie. Besparing is uiteindelijk de meest duurzame klimaatmaatregel, want wat je niet gebruikt, hoef je niet op te wekken. Energiebesparing krijgt de hoogste prioriteit in het Europese klimaat- en energiebeleid. We helpen huishoudens om energie te besparen en brengen door te verduurzamen hun energierekening naar beneden. In 2040 is het energiegebruik van de EU 50% efficiënter dan in 2019.
  • Energiezuinige apparaten. We gaan voortvarend door met de aanscherping van normen voor het energiegebruik van apparaten (ecodesign). De zuinigste technologie wordt de nieuwe norm. De meest verspillende apparaten verdwijnen hierdoor van de markt.
  • Zuinig met data en rekenkracht. We stellen strenge eisen aan datacentra om een zuinig gebruik van stroom, grondstoffen, water en ruimte af te dwingen en hergebruik van restwarmte te bevorderen. Er komen duurzaamheidsstandaarden voor digitale toepassingen, om te voorkomen dat de groei van datacentra door het dak gaat. Nieuwe ecodesignregels leggen het gebruik van data en rekenkracht voor kunstmatige intelligentie (AI), online advertenties, video’s en games, slimme apparaten, software en cryptomunten aan banden. We bevorderen de ontwikkeling van ultra-efficiënte chips en halfgeleiders, maar nieuwe toepassingen mogen niet leiden tot een explosie van energie- en grondstoffenverbruik. Ook krijgen ICT-producten een verplicht milieulabel.
  • Zon op dak. We zien erop toe dat de lidstaten het opwekken van de productie van hernieuwbare energie door huishoudens (blijven) stimuleren, met speciale aandacht voor huurwoningen, hoogbouw en lage inkomens.
  • Wind op zee. Nieuwe projecten voor wind op zee krijgen meer zekerheid dankzij contracts for difference, die bescherming bieden tegen zowel verliesgevende exploitatie als overwinsten.
  • Energiedemocratie. Ter versterking van energiedemocratie zorgen we ervoor dat energiebedrijven zich niet langer richten op aandeelhouderswaarde, maar op maatschappelijke en ecologische waarde. Omwonenden en energiecoöperaties krijgen de mogelijkheid om te participeren in alle projecten voor opwekking van hernieuwbare energie. Coöperaties kunnen mee investeren in wind op zee.
  • Supernet. We werken verder aan de versterking van de verbindingen tussen nationale stroomnetten, op land en op de Noordzee, om zo efficiënt mogelijk gebruik te maken van de opgewekte groene stroom. We versnellen de vergunningsprocedures voor supranationale infrastructuurprojecten zoals NorthSeaGrid. Zo ontstaat een Europees supernet voor groene stroom. De Europese Commissie moet meer doorzettingsmacht krijgen wanneer landen verbindingen van Europees belang blokkeren.
  • Energie slim gebruiken. Om onnodige investeringen in transport en opslag van stroom te voorkomen, bevordert de EU het combineren van wind en zon, opwekking van stroom nabij verbruik, het delen van stroom binnen energy hubs en coöperaties en flexibilisering van de vraag -met bescherming van kwetsbare consumenten. Omwonenden profiteren verplicht mee van energieopbrengsten uit de windmolens.
  • Interoperabiliteit. Er komen open standaarden voor flexibiliteitsdiensten. De interoperabiliteit van apparaten die een flexibele stroomvraag kunnen leveren wordt gegarandeerd, evenals de privacy en autonomie van betrokken huishoudens. Denk hierbij bijvoorbeeld aan laadpalen van elektrische auto’s, batterijen en warmtepompen.
  • Natuurversterkende maatregelen. We bevorderen dat energieprojecten, waaronder de aanleg van energie-infrastructuur, gepaard gaan met natuurversterkende maatregelen.
  • Groene waterstof. Voor een klimaatneutrale industrie en het verduurzamen van lucht- en scheepvaart is groene waterstof onmisbaar. Daarom blijven we ons inzetten voor de Europese waterstofbank (EHB) om zowel de beschikbaarheid als afname van waterstof te bevorderen voor de industrie. Daarbij waarborgen we dat deze waterstof op een duurzame manier opgewekt wordt. Voor het gebruik van groene waterstof gaat een waterstofladder gelden, die voorrang geeft aan toepassingen waarvoor geen duurzaam alternatief – zoals directe elektrificatie – bestaat. Alleen onmisbare toepassingen mogen subsidie ontvangen.
  • Duurzame import. We stellen duurzaamheidseisen aan de import van groene stroom en groene waterstof. De productie in derde landen moet ook ten goede komen aan de lokale energievoorziening en industrie. De bouw van wind- en zonneparken en electrolysers mag niet leiden tot landroof, biodiversiteitsverlies, waterschaarste of -vervuiling, uitbuiting, mensenrechtenschendingen, belastingontwijking of corruptie.
  • Kolencentrales sluiten. Uiterlijk in 2030 zijn alle kolencentrales in de EU dicht. De emissierechten van deze centrales worden geschrapt. In 2040 gebruiken we geen fossiele brandstoffen meer. De Europese Commissie moet EU-landen dwingen om een plan op te stellen voor afbouw van de winning, met een einddatum voor vergunningen.
  • Strikte eisen voor bio-energie. We scherpen de regels voor bio-energie aan. Biomassa mag alleen verbrand worden als het gaat om reststromen waar geen hoogwaardiger toepassing voor is (cascadering). De verbranding van houtige biomassa mag niet langer worden gesubsidieerd en niet langer meetellen als hernieuwbare energie. Import van biomassa voor energieopwekking verbieden we. Er komt voor grote installaties die veel biogene CO2 uitstoten een verplichting om CO2 op te slaan. Dit geldt voor onder meer afvalverbrandingsinstallaties, biobrandstofraffinaderijen en bio-energiecentrales.
  • Geen geld voor kerncentrales. De EU biedt geen financiering voor de bouw van kerncentrales, maar kiest voor hernieuwbare alternatieven. De kosten en bouwduur van nieuwe kerncentrales worden structureel onderschat; ze dragen niet of nauwelijks bij aan het halen van de klimaatdoelen. Ook is er nog geen oplossing voor radioactief afval. Er komen duidelijke afspraken over het reserveren van voldoende geld voor de ontmanteling van centrales aan het eind van hun levensduur. Radioactief afval wordt niet geëxporteerd naar of geïmporteerd uit landen buiten de EU.
  • Opzeggen Energiehandvest. We stappen als EU uit het Energiehandvestverdrag (ECT), dat fossiele investeringen beschermt, en neutraliseren doorlopende schadeclaims van bedrijven.
  • Verdrag tegen fossiele brandstoffen. We zetten ons ervoor in dat de EU zich aansluit bij het Fossil Fuel Non-Proliferation Treaty over de uitfasering van kolen, aardolie en aardgas.