Een zeker bestaan, nu en in de toekomst (beleidsvoorstellen)
4

Een zeker bestaan, nu en in de toekomst (beleidsvoorstellen)

4.1 Zeker zijn van inkomen, goede voorzieningen en goed werk

  • Minimuminkomen. We zien scherp toe op de naleving van de richtlijn voor toereikende minimumlonen. We handhaven streng en maken een minimumloon van minimaal 60% van het mediaan loon in heel Europa de norm. We pakken armoede in de EU verder aan door vast te leggen dat lidstaten hun inwoners een bestaansminimum garanderen en Europese minimumuitkeringen vaststellen voor mensen die afhankelijk zijn van een uitkering. Minimumuitkeringen moeten voorzien in het levensonderhoud. Het sociaal minimum moet in elk land adequaat zijn, en in ieder geval boven de armoederisicogrens. De EU steunt onderzoek naar en experimenten met een basisinkomen.
  • Sturen op brede welvaart. Alle Europese regels moeten bijdragen aan een schone en eerlijke, sociale en gezonde toekomst voor mensen en de planeet. Bij nieuwe voorstellen kijken we naar de impact op en actieve bijdrage aan het klimaat en principes die zijn vastgelegd in de Europese Pijler van Sociale Rechten, zoals kansengelijkheid, gendergelijkheid, en toegang tot basisvoorzieningen, huisvesting, de zorg en het onderwijs.
  • Huisvesting. Er komt een Europees Crisisplan voor de aanpak van de wooncrisis en een Eurocommissaris verantwoordelijk voor het recht op huisvesting. Daarbij wordt ingezet op woningen die betaalbaar, toegankelijk, van goede kwaliteit (vrij van vocht, schimmel, loden leidingen en bouwkundig in orde), duurzaam en in de buurt van voldoende voorzieningen zijn, én woonzekerheid bieden. We zetten ook vol in op het aan banden leggen van speculatie op de woningmarkt door grote investeringsfondsen zoals Blackstone via Europese wetgeving op vlak van banken, kapitaalmarkten, staatssteun, begroting, belasting en hypotheken. De nieuwe regels voor data-uitwisseling over vakantieverhuur worden snel uitgerold en steden die regels voor vakantieverhuur via platforms als Airbnb en Booking uitrollen worden niet langer tegengewerkt, maar ondersteund. Sociale huisvesting wordt gestimuleerd via Europese financiering en door de hindernissen weg te werken die Europese marktregels nu opwerpen bij de bouw van sociale huisvesting. Gedwongen huisuitzettingen, waarbij geen alternatieve huisvesting wordt verzekerd, worden verboden. Dit betekent dat niemand door huisuitzetting dakloos wordt.
  • Nutsvoorzieningen. De EU dwingt nooit liberalisering af van nutsvoorzieningen en ondersteunt onderzoek naar het terugdraaien van privatiseringen. Het Europees economisch en interne marktbeleid moet de publieke sector steunen in plaats van aansporen tot marktwerking. We willen dat lidstaten vrij zijn om collectieve voorzieningen, zoals zorg, sociale huisvesting en openbaar vervoer, niet aan te besteden op de markt.
  • Dakloosheid. In lijn met de verklaring van Lissabon streven we ernaar dakloosheid in 2030 te beëindigen. De EU draagt daar financieel aan bij. Om dit te bereiken wordt Housing First een van de belangrijkste pilaren en wordt ervaringskennis ingezet. Er is speciale aandacht voor extra kwetsbare groepen zoals (dreigend) dakloze jongeren, LHBTIQ+’ers, ongedocumenteerden, migranten en dakloze mensen uit een ander EU-land.
  • Toegankelijkheid publieke voorzieningen. Bij een stevig sociaal fundament horen publieke voorzieningen die toegankelijk zijn voor iedereen. Om te voorkomen dat juist de meest kwetsbaren in onze samenleving tussen wal en schip raken, moeten basisvoorzieningen toegankelijk zijn voor iedereen, ook voor dakloze en ongedocumenteerde mensen.
  • Europees Sociaal Handvest. Om recht te doen aan haar toenemende verantwoordelijkheid voor de sociale en economische mensenrechten van haar burgers en ingezetenen, treedt de EU toe tot het herziene Europees Sociaal Handvest en verankert zij de verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie in het EU-recht.
  • Gelijk loon voor gelijk werk. We eisen gelijke beloning van gelijk werk voor iedereen, zonder discriminatie op basis van bijvoorbeeld gender, kleur of beperking. De EU zorgt samen met lidstaten voor betere handhaving van dit principe en treedt harder op tegen elke vorm van discriminatie in de beloning van geleverd werk. We zorgen voor zorgvuldige implementatie en sterke handhaving van de richtlijn voor loontransparantie en de minimumlonen-richtlijn.
  • Technologie op de werkvloer. Er moet een Europese richtlijn komen over de inzet van technologie op de werkvloer, zodat technologie ten goede komt aan werknemers in plaats van de werkdruk verder op te voeren. Hierbij is altijd duidelijk voor werknemers en vakbonden hoe en waarom technologie wordt ingezet. Hierover krijgen zij ook vooraf instemmingsrecht. Surveillance als het registreren van je lichaamsbewegingen, het constant monitoren van je gedrag communicatie op werk en het bijhouden van je emoties maken we met wet- en regelgeving onmogelijk. Een mens neemt altijd de beslissingen die gevolgen hebben voor de werknemer, zoals evaluaties, salaris en ontslag. Winsten in tijd of middelen door digitalisering op de werkvloer verdelen we eerlijker tussen werknemer en werkgever.
  • Recht op onbereikbaarheid en thuiswerken. Er komt een Europees recht op onbereikbaarheid na werkuren. Dit is essentieel voor een gezonde balans tussen het professionele leven en het privéleven. We willen een Europese wet over telewerken en het recht om niet bereikbaar te zijn. Daarin leggen we voor sectoren waar dat mogelijk is het recht om deels thuis te werken wettelijk vast.
  • Europees socialezekerheidsnummer. Een Europees socialezekerheidsnummer moet grensoverschrijdende arbeid transparanter maken en daarbij duidelijkheid geven aan arbeidsinspecties en werknemers of en waar sociale premies betaald worden, en fraude door het niet afdragen van sociale zekerheidspremies bestrijden.
  • Gezond werk. Niemand mag overlijden, ziek worden of slachtoffer worden van een arbeidsongeval op de werkplek of door het werk. Mentale problemen zijn de voornaamste ziekmaker op de werkplek. Daarom is er meer aandacht nodig voor mentale gezondheid bij regels rond werkomstandigheden, net als voor werkdruk en de verwachting van permanente bereikbaarheid. We werken aan fatsoenlijke werktijden en doorbetaalde pauzes. We streven ernaar een 32-urige werkweek met behoud van inkomen de norm te maken in heel Europa. We voegen burn-out toe aan de lijst van beroepsziekten. De lijst van gevaarlijke en kankerverwekkende stoffen waarvan het gebruik aan banden moet worden gelegd, breiden we uit. We maken ook regels voor veilig werk bij warme weersomstandigheden.
  • Platformwerk. De nieuwe wet voor de bescherming van platformwerkers moet snel leiden tot betere arbeidsomstandigheden. Met een snelle implementatie en strenge handhaving van deze wet stoppen we misbruik en schijnzelfstandigheid van platformwerkers en geven we platformwerkers meer inzage in, en controle en zeggenschap over de onderliggende algoritmen van digitale platforms.
  • Vaardigheden en leren op werk. Europa investeert grootschalig in het scholen en omscholen van mensen, met name in de sectoren waar de mensen het hardst nodig zijn, bijvoorbeeld in de zorg, het onderwijs en de ICT-sector. Deze programma’s worden praktisch en financieel zo toegankelijk en inclusief mogelijk gemaakt. Deze Europese Skills Agenda moet zich niet eenzijdig richten op theoretisch opgeleiden, maar juist speciale aandacht geven aan mensen met sociale banen. De EU legt minimumrechten voor de scholing van werknemers vast, zodat werknemers van baan kunnen wisselen als banen verdwijnen en veranderen.
  • Zekerheid op werk. Uitgangspunt is het vaste contract en direct in dienst treden bij de werkgever. Het rechtstreeks in dienst nemen wordt verplicht voor tenminste 85% van werknemers. Er komen strenge regels voor interimarbeid. Nulurencontracten schaffen we af en flexwerkers krijgen dezelfde arbeidsvoorwaarden en -rechten als vaste krachten. In heel Europa komen er normen voor uitzendbureaus door de uitzendrichtlijn te herzien. Uitzendkantoren moeten verplicht een vergunning hebben.
  • Stages. De EU treedt op tegen uitbuiting van stagiairs. Onbetaalde stages worden in heel Europa niet meer toegestaan.
  • Versterken vakbonden. Samen sta je sterker dan alleen, vooral tegen grote bedrijven. We stimuleren collectief onderhandelen en beschermen vakbondsrechten. Toegang van werknemers tot vakbondsvertegenwoordigers en van vakbonden tot de werkvloer is cruciaal. Sociale partners worden nauw betrokken bij veranderingen op de werkvloer, zoals faillissementen en overnames, en bij herstructurering op de werkvloer worden werknemers begeleid. We nemen maatregelen tegen vakbonden die niet onafhankelijk zijn (gele bonden).
  • Werkomstandigheden transportsector. We erkennen dat fatsoenlijke arbeidsomstandigheden een essentiële rol spelen in de veiligheid en beschikbaarheid van vervoer. Het gebrek daaraan leidt tot een enorm tekort in het wegvervoer en de logistiek. We nemen wetgeving aan die goede en veilige werkomstandigheden verzekert voor de transportsector, zoals voor treinmachinisten en chauffeurs.
  • Inspraak op de werkvloer. Werknemers moeten betrokken worden bij belangrijke bedrijfsbeslissingen. We versterken de richtlijn voor Europese ondernemingsraden, zodat die instemmingsrecht krijgen bij beslissingen als fusies, overnames, reorganisaties, beloningsverschillen en de besteding van de winst.

Sterke schouders dragen bij met eerlijke belastingen

  • Crisiswinsten belasten en winstgedreven inflatie stoppen. Obscene winsten over de ruggen van mensen in tijden van crisis belasten we. Keer op keer zagen we dat bedrijven in tijden van grote onzekerheid hun marktmacht gebruiken om de prijzen ver op te drijven. De crisisheffing
  • voor fossiele bedrijven ingevoerd na de Russische inval in Oekraïne breiden we uit naar andere sectoren zoals de farmaceutische industrie of supermarktketens die onder het mom van inflatie gigantische winsten hebben gemaakt. De Europese Commissie moet als mededingingsautoriteit
  • harder en gerichter optreden tegen inflatie veroorzaakt door de enorme winsten van bedrijven.
  • Bedrijven betalen eerlijk belasting. De Europese Commissie gaat bestaande regels ook
  • daadwerkelijk handhaven en zorgt ervoor dat lidstaten die implementeren. De afgelopen jaren
  • zetten we stappen richting transparantie en een internationale OESO-minimumbelasting. Er is
  • een Europese grondslag voor winst- en vennootschapsbelasting nodig, zodat bedrijven niet meer
  • kunnen kiezen in welk land ze belasting betalen. Met een Europese vennootschapsbelasting zorgen we ervoor dat multinationals – waaronder techgiganten – eerlijk belasting betalen, met een
  • Europese minimumwinstbelasting van 18%.
  • Belastingparadijzen. Er moet een einde komen aan belastingontwijking en belastingparadijzen buiten én binnen Europa. De EU-wijde race naar het laagste belastingtarief
  • en de rol van Nederland als belastingparadijs moeten stoppen. De EU scherpt criteria aan voor
  • de zwarte lijst van belastingparadijzen, maakt de selectieprocedure transparanter en zorgt dat
  • ook alle EU-lidstaten zich niet als belastingparadijs gedragen. Er komt een Europese heffing op
  • kapitaalstromen naar landen op de zwarte lijst. De EU scherpt ook Europese regels aan voor het
  • belasten van winsten die verschoven worden naar belastingparadijzen (CFC-regels). Er komen
  • Europese minimumstandaarden om belastingontwijking via investeringsverdragen te stoppen.
  • Rechtvaardige belastingen op vermogen en vervuiling. De EU dringt aan op belastinghervormingen in de lidstaten, waarbij het zwaartepunt van belastingheffing in heel de EU komt te liggen op vervuiling en vermogen in plaats van arbeid. Er komt een minimumvermogensbelasting om te voorkomen dat EU-lidstaten vermogenden en kapitaal lokken met belastingvoordelen.
  • Belastingtransparantie. De EU werkt aan een betere registratie van ondernemingen
  • om brievenbusfirma’s te bestrijden, aan de hand van een transparant en functioneel Europees
  • bedrijvenregister. We scherpen de verplichtingen van grote bedrijven aan om publiekelijk te
  • rapporteren over hun effectieve belastingafdrachten, economische activiteiten en subsidies in
  • ieder land waar ze actief zijn, inclusief belastingparadijzen als Bermuda en de Kaaimaneilanden.
  • Belastingontduiking aanpakken. Er komen Europese regels waarmee het voor brievenbusfirma’s verboden wordt te profiteren van belastingconstructies die lidstaten aanbieden. Daarnaast maken we in Europees verband werk van een verbod op de trustsector, die belastingontwijking aantrekt en nauwelijks maatschappelijke meerwaarde heeft. De EU schaft alle belemmeringen voor lidstaten om op te treden tegen bedrijven zonder reële economische activiteit af. Banken, belastingadviseurs en andere instellingen die meewerken aan het faciliteren van witwassen, agressieve belastingontwijking en belastingontduiking door hun klanten krijgen sancties opgelegd. De EU zorgt voor minimumharmonisatie van een onvoorwaardelijke bronbelasting op dividend, rente en royalty’s.
  • Btw-herziening voor gezondheid en milieu. De Europese regels over btw worden
  • drastisch herzien zodat lidstaten de vrijheid krijgen om niet de aankoop van goederen en
  • diensten te belasten maar hun effect op het milieu, gezondheid en het gebruik van grondstoffen
  • (onttrokken waarde). De btw moet verlaagd kunnen worden voor reparaties en hergebruikte
  • goederen en materialen.

4.2 Sociale ecologische transitie


Klimaatbeleid versnellen

  • Klimaatneutraal in 2040. Om de klimaatcrisis aan te pakken, maken we de EU zo snel mogelijk klimaatneutraal. In 2035 moet de Europese elektriciteitsvoorziening CO2-neutraal zijn en in 2040 moet de hele economie klimaatneutraal zijn. We maken bindende afspraken over de afbouw van fossiele energie. Dit vraagt om solidariteit met EU-landen die minder middelen tot hun beschikking hebben voor de transitie. Zij hebben Europese steun nodig om de vergroening van industrie, gebouwde omgeving, vervoer en landbouw te versnellen. De rijkste lidstaten, waaronder Nederland, dienen voorop te lopen: in 2030 moeten zij hun broeikasgasemissies met 65% verminderen.
  • Afschaffen fossiele subsidies. Fossiele subsidies van lidstaten faseren we uit, zodat ze in 2025 zijn afgeschaft. Alle andere milieuschadelijke subsidies faseren we uit voor 2027. Zo krijgen duurzame bedrijven een eerlijke kans. We leggen een bindend Europees tijdpad voor de afbouw vast. Daarbij houden we rekening met kwetsbare huishoudens en met het belang van elektrificatie van de industrie. We schonen de EU-begroting op: geen Europees geld meer naar fossiele infrastructuur, inclusief LNG-terminals. Binnen het Europese CO2-emissiehandelssysteem (ETS) worden geen gratis emissierechten meer verstrekt. Fossiele projecten van Europese bedrijven in het buitenland krijgen niet langer overheidssteun. Ook moeten Europese lidstaten een afbouwpad van nationale fossiele subsidies in hun klimaatplannen vastleggen.
  • CO2-opslag. We staan opslag en recycling van CO2 uitsluitend toe wanneer de uitstoot op korte termijn niet kan worden voorkomen – dus niet voor kolen- en gascentrales – of wanneer dit negatieve emissies oplevert. Overheden houden streng toezicht om lekkages en aardschokken bij (onderzeese) opslaglocaties te voorkomen. De vervuiler betaalt de opslag en recycling zelf.
  • Negatieve emissies. Methoden die CO2 uit de atmosfeer verwijderen mogen geen excuus vormen om fossiele brandstoffen te blijven verstoken. We leggen vast dat CO2-emissies binnen het ETS niet mogen worden gecompenseerd met negatieve emissies of met elders verworven emissierechten. Voor negatieve emissies stellen we een aparte regeling op, die een breed scala aan methoden voor CO2-verwijdering uit de atmosfeer bevordert zolang onze economie nog niet volledig circulair is. De regeling moet recht doen aan de risico’s en onzekerheden die alle methoden aankleven. Producenten van fossiele brandstoffen gaan meebetalen aan negatieve emissies, naar rato van hun historische emissies.
  • CO2-grensheffing. We sporen de rest van de wereld aan tot vermindering van broeikasgasemissies door een snelle implementatie van de CO2-grensheffing (CBAM) en uitbreiding van de sectoren die eronder vallen. Tegelijk ondersteunen we landen in het mondiale Zuiden bij het vergroenen van hun energievoorziening en industrie, onder meer via Just Energy Transition Partnerships.

Klimaatrechtvaardigheid

  • Sociaal Klimaatfonds. Om te zorgen dat iedereen mee kan in de transitie, breiden we het Sociaal Klimaatfonds fors uit. We stellen zeker dat de investeringen terechtkomen bij kwetsbare huishoudens, wijken en regio’s. Dit fonds willen we bijvoorbeeld inzetten voor de verduurzaming van huurwoningen en het openbaar vervoer, dat ook betaalbaar moet blijven.
  • Werkgarantiefonds. De verantwoordelijkheid om werknemers die geraakt worden door de ecologische transitie te begeleiden van werk naar werk ligt in de eerste plaats bij hun werkgevers. Dit wordt vastgelegd in een sociaal plan: duidelijke afspraken met instemming van onafhankelijke vakbonden. Dit is een voorwaarde bij financiële steun aan bedrijven; zo nodig vorderen we subsidies terug. We nemen een overheidsaandeel in bedrijven als dat nodig is om de transitie te versnellen. Als laatste redmiddel voeren we een werkgarantiefonds in, dat werknemers in fossiele sectoren verzekert van omscholing en werk in duurzame sectoren – als dat onvoldoende lukt door werkgevers. Daartoe vullen we het Sociaal Klimaatfonds en het Eerlijke Transitiefonds aanzienlijk aan. Wie in de energietransitie werkt of zich ervoor laat (om)scholen, is zeker van goed werk.
  • Isolatie-offensief. We starten een Europees isolatie-offensief dat lidstaten helpt de woningen te isoleren van mensen die dat zelf niet kunnen. Dit houdt in dat we woningcorporaties financieel ondersteunen bij de isolatie van huurwoningen, het plaatsen van zonnepanelen en de aanleg van duurzame warmtenetten.
  • Eerlijke transitie in de regio. We steunen regio’s die hard geraakt worden door het afbouwen van de fossiele industrie. Zij moeten kunnen bouwen aan een duurzame toekomst met het behoud van banen. We breiden daartoe het Eerlijke Transitiefonds (JFT) uit en benutten de Structuurfondsen (ESIF).
  • Internationale klimaatrechtvaardigheid. Wij willen alles op alles zetten om de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs te halen, zodat de opwarming van de aarde beperkt blijft tot anderhalve graad. We nemen als EU het voortouw bij internationale klimaattoppen, bepalen onze onderhandelingsinzet bij meerderheid en spreken met één stem. We spelen een leidende rol bij klimaatfinanciering voor het mondiale Zuiden, waarmee deze landen hun uitstoot kunnen beperken en zich kunnen aanpassen aan klimaatverandering. We leveren ook een eerlijke bijdrage aan het schadefonds dat compensatie biedt aan landen die hard geraakt worden door de klimaatcrisis. We werken aan partnerschappen voor overdracht van technologie, kennis en financiële ondersteuning om landen in het mondiale Zuiden te ondersteunen bij de uitrol van hernieuwbare energie en bij het opvangen van de klappen van de klimaatcrisis.
  • Vergroening financiële sector. Te vaak nog zien financiële instellingen investeringen in hernieuwbare energie of duurzame landbouw als risicovoller dan investeringen in de fossiele economie. Ze staan met hun rug naar de toekomst. Daarom verplichten we banken, verzekeraars, pensioenfondsen en vermogensbeheerders om heldere strategieën te formuleren en uit te voeren om de emissies die voortvloeien uit hun leningen en investeringen in lijn te brengen met de Europese klimaatdoelen. Er moeten volgend mandaat bindende regels komen om financiële instellingen aansprakelijk te houden voor schenden van klimaatnormen en mensenrechten. De wetgeving over internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen gaat ook gelden voor financiële instellingen.
  • Europese Investeringsbank. We maken de EIB tot dé bank voor de ecologische transitie. Deze bank stelt meer kapitaal beschikbaar voor groene investeringen tegen lage rente, ook aan burgercollectieven. Duurzaamheids- en transparantie-eisen voor financiële tussenpartijen scherpen we aan. Aan het EIB-besluit om geen subsidies meer te verlenen voor fossiele energie tornen we niet.
  • Aanpak overconsumptie. We pakken overconsumptie aan door herverdeling van inkomen en vermogen, maar ook door de verkoop van goederen en diensten met een grote ecologische voetafdruk te verminderen. We begrenzen overconsumptie met verplichte milieustandaarden voor producten (ecodesign), het verlengen van wettelijke garantie om consumptie te beperken en duurzamer ontwerp van producten te stimuleren en het verbieden van excessen als privéjets.
  • Minder ongezonde reclame. We leggen commerciële reclame aan banden, te beginnen met een verbod op fossiele reclames en ongezonde zaken als (online) gokken, alcohol en fastfood. Illegale reclame op sociale media wordt aangepakt evenals influencers die bewust producten aanprijzen die de gezondheid van kinderen schaden.


Groene energie

  • Zuinig met energie. Besparing is uiteindelijk de meest duurzame klimaatmaatregel, want wat je niet gebruikt, hoef je niet op te wekken. Energiebesparing krijgt de hoogste prioriteit in het Europese klimaat- en energiebeleid. We helpen huishoudens om energie te besparen en brengen door te verduurzamen hun energierekening naar beneden. In 2040 is het energiegebruik van de EU 50% efficiënter dan in 2019.
  • Energiezuinige apparaten. We gaan voortvarend door met de aanscherping van normen voor het energiegebruik van apparaten (ecodesign). De zuinigste technologie wordt de nieuwe norm. De meest verspillende apparaten verdwijnen hierdoor van de markt.
  • Zuinig met data en rekenkracht. We stellen strenge eisen aan datacentra om een zuinig gebruik van stroom, grondstoffen, water en ruimte af te dwingen en hergebruik van restwarmte te bevorderen. Er komen duurzaamheidsstandaarden voor digitale toepassingen, om te voorkomen dat de groei van datacentra door het dak gaat. Nieuwe ecodesignregels leggen het gebruik van data en rekenkracht voor kunstmatige intelligentie (AI), online advertenties, video’s en games, slimme apparaten, software en cryptomunten aan banden. We bevorderen de ontwikkeling van ultra-efficiënte chips en halfgeleiders, maar nieuwe toepassingen mogen niet leiden tot een explosie van energie- en grondstoffenverbruik. Ook krijgen ICT-producten een verplicht milieulabel.
  • Zon op dak. We zien erop toe dat de lidstaten het opwekken van de productie van hernieuwbare energie door huishoudens (blijven) stimuleren, met speciale aandacht voor huurwoningen, hoogbouw en lage inkomens.
  • Wind op zee. Nieuwe projecten voor wind op zee krijgen meer zekerheid dankzij contracts for difference, die bescherming bieden tegen zowel verliesgevende exploitatie als overwinsten.
  • Energiedemocratie. Ter versterking van energiedemocratie zorgen we ervoor dat energiebedrijven zich niet langer richten op aandeelhouderswaarde, maar op maatschappelijke en ecologische waarde. Omwonenden en energiecoöperaties krijgen de mogelijkheid om te participeren in alle projecten voor opwekking van hernieuwbare energie. Coöperaties kunnen mee investeren in wind op zee.
  • Supernet. We werken verder aan de versterking van de verbindingen tussen nationale stroomnetten, op land en op de Noordzee, om zo efficiënt mogelijk gebruik te maken van de opgewekte groene stroom. We versnellen de vergunningsprocedures voor supranationale infrastructuurprojecten zoals NorthSeaGrid. Zo ontstaat een Europees supernet voor groene stroom. De Europese Commissie moet meer doorzettingsmacht krijgen wanneer landen verbindingen van Europees belang blokkeren.
  • Energie slim gebruiken. Om onnodige investeringen in transport en opslag van stroom te voorkomen, bevordert de EU het combineren van wind en zon, opwekking van stroom nabij verbruik, het delen van stroom binnen energy hubs en coöperaties en flexibilisering van de vraag -met bescherming van kwetsbare consumenten. Omwonenden profiteren verplicht mee van energieopbrengsten uit de windmolens.
  • Interoperabiliteit. Er komen open standaarden voor flexibiliteitsdiensten. De interoperabiliteit van apparaten die een flexibele stroomvraag kunnen leveren wordt gegarandeerd, evenals de privacy en autonomie van betrokken huishoudens. Denk hierbij bijvoorbeeld aan laadpalen van elektrische auto’s, batterijen en warmtepompen.
  • Natuurversterkende maatregelen. We bevorderen dat energieprojecten, waaronder de aanleg van energie-infrastructuur, gepaard gaan met natuurversterkende maatregelen.
  • Groene waterstof. Voor een klimaatneutrale industrie en het verduurzamen van lucht- en scheepvaart is groene waterstof onmisbaar. Daarom blijven we ons inzetten voor de Europese waterstofbank (EHB) om zowel de beschikbaarheid als afname van waterstof te bevorderen voor de industrie. Daarbij waarborgen we dat deze waterstof op een duurzame manier opgewekt wordt. Voor het gebruik van groene waterstof gaat een waterstofladder gelden, die voorrang geeft aan toepassingen waarvoor geen duurzaam alternatief – zoals directe elektrificatie – bestaat. Alleen onmisbare toepassingen mogen subsidie ontvangen.
  • Duurzame import. We stellen duurzaamheidseisen aan de import van groene stroom en groene waterstof. De productie in derde landen moet ook ten goede komen aan de lokale energievoorziening en industrie. De bouw van wind- en zonneparken en electrolysers mag niet leiden tot landroof, biodiversiteitsverlies, waterschaarste of -vervuiling, uitbuiting, mensenrechtenschendingen, belastingontwijking of corruptie.
  • Kolencentrales sluiten. Uiterlijk in 2030 zijn alle kolencentrales in de EU dicht. De emissierechten van deze centrales worden geschrapt. In 2040 gebruiken we geen fossiele brandstoffen meer. De Europese Commissie moet EU-landen dwingen om een plan op te stellen voor afbouw van de winning, met een einddatum voor vergunningen.
  • Strikte eisen voor bio-energie. We scherpen de regels voor bio-energie aan. Biomassa mag alleen verbrand worden als het gaat om reststromen waar geen hoogwaardiger toepassing voor is (cascadering). De verbranding van houtige biomassa mag niet langer worden gesubsidieerd en niet langer meetellen als hernieuwbare energie. Import van biomassa voor energieopwekking verbieden we. Er komt voor grote installaties die veel biogene CO2 uitstoten een verplichting om CO2 op te slaan. Dit geldt voor onder meer afvalverbrandingsinstallaties, biobrandstofraffinaderijen en bio-energiecentrales.
  • Geen geld voor kerncentrales. De EU biedt geen financiering voor de bouw van kerncentrales, maar kiest voor hernieuwbare alternatieven. De kosten en bouwduur van nieuwe kerncentrales worden structureel onderschat; ze dragen niet of nauwelijks bij aan het halen van de klimaatdoelen. Ook is er nog geen oplossing voor radioactief afval. Er komen duidelijke afspraken over het reserveren van voldoende geld voor de ontmanteling van centrales aan het eind van hun levensduur. Radioactief afval wordt niet geëxporteerd naar of geïmporteerd uit landen buiten de EU.
  • Opzeggen Energiehandvest. We stappen als EU uit het Energiehandvestverdrag (ECT), dat fossiele investeringen beschermt, en neutraliseren doorlopende schadeclaims van bedrijven.
  • Verdrag tegen fossiele brandstoffen. We zetten ons ervoor in dat de EU zich aansluit bij het Fossil Fuel Non-Proliferation Treaty over de uitfasering van kolen, aardolie en aardgas.

4.3 Groene en sociale industriepolitiek

Industriepolitiek

  • Groene en sociale industriepolitiek. We ondersteunen de opbouw van groene industrieën om het Europese verdienmodel van de toekomst veilig te stellen. Dat geldt onder meer voor de productie van (circulaire) zonnepanelen, warmtepompen, batterijen en andere hoogwaardige technologische producten voor de energietransitie. Voor de opschaling van deze technologieën is investeringszekerheid op lange termijn cruciaal. Daarom bieden we helderheid over de doelen en het beleid dat daarbij hoort en nemen we overbodige regels weg. Tegelijk werken we aan de verduurzaming of afbouw van vervuilende sectoren, zoals de staal-, kunstmest- en bio-industrie. Dat is ook goed voor volksgezondheid en dierenwelzijn. Aan publieke financiering stellen we strikte voorwaarden: ondersteuning moet leiden tot structurele werkgelegenheid waar vakmensen een zeker inkomen mee kunnen verdienen; ook afrekenbare klimaatplannen zijn hier onderdeel van.
  • Europese regie. De regie over de industriepolitiek wordt op Europees niveau gevoerd, op basis van ecologische, sociale en ruimtelijke criteria en in samenwerking met sociale partners. Zo voorkomen we dat elk land zijn eigen groene staalfabriek of batterijfabriek bouwt. Maar ook dat elk land zijn eigen industrie, ook als deze geen toekomst meer heeft, koste wat kost wil beschermen. De toenemende nationale staatssteun vergroot momenteel verschillen binnen Europa en komt nu vooral terecht bij vervuilende bedrijven. De beschikbaarheid van hernieuwbare energie, van secundaire of hernieuwbare grondstoffen en van ruimte in het licht van natuurherstel en zeespiegelstijging, alsmede de verdeling van werk en welvaart, wordt medebepalend voor de vestiging van industrie en de toelaatbaarheid van staatssteun. De Europese regie omvat ook de investeringen in infrastructuur voor transport en opslag van elektriciteit en waterstof. Ondernemen voor meer dan winst
  • Democratisering economie. Wij voeren een ander bestuursmodel voor bedrijven in, dat zich niet langer richt op aandeelhouderswaarde, maar op maatschappelijke en ecologische waarde. Daartoe krijgen alle stakeholders – van werknemers en consumenten tot omwonenden en de natuur – een formele stem of rol in het ondernemingsbestuur, via de Raad van Commissarissen of aandeelhouderschap. We stimuleren innovatieve bedrijfsmodellen, zoals coöperaties, waar deelnemers het beleid bepalen.
  • Ruim baan voor burgercollectieven. We maken de EU tot bondgenoot van burgers die de schouders zetten onder de ecologische transitie. In lijn met de wetgeving over energiegemeenschappen verplichten we lidstaten om ruim baan te geven aan burgercollectieven, van mobiliteits- tot voedselcoöperaties. We herzien interne marktregels, waaronder aanbestedingsregels, die de ontwikkeling van nieuw gemeengoed en publiek-civiele samenwerking in de weg zitten.
  • Aandeelhouderschap. We nemen maatregelen die langetermijnaandeelhouderschap stimuleren. Zo voert de EU een belasting in op financiële transacties, die speculatieve handel tegengaat en geduldig beleggen stimuleert. De snelle verkoop van aandelen wordt extra belast, net als de inkoop van eigen aandelen, terwijl de verkoop van aandelen na een langere tijd lager wordt belast. Langetermijnaandeelhouders krijgen een zwaardere stem en loyaliteitsdividend. Grote institutionele aandeelhouders en vermogensbeheerders worden verplicht om naast positief rendement ook een positieve impact van hun beleggingen op de maatschappij na te streven. De transparantie over stemgedrag van aandeelhouders wordt vergroot.
  • We delen de winst. Werkenden creëren de winsten van bedrijven. Daarom voeren we voor bedrijven met meer dan honderd werknemers een winstdelingsregeling in die we koppelen aan de winstuitkering voor aandeelhouders: hoe hoger de uitkering voor aandeelhouders, hoe hoger de uitkering voor werkenden.
  • Topinkomens. Werkgevers en werknemers maken in het ondernemingsbestuur afspraken over de hoogte van eventuele bonussen en de maximaal toelaatbare inkomensverschillen binnen de onderneming. Beloningen voor managers worden gekoppeld aan het behalen van duurzaamheidsdoelen. De Europese regelgeving ten aanzien van bonussen wordt afgestemd op het Nederlandse niveau voor de financiële sector van maximaal 20% van het vaste salaris.
  • Machtsposities en consumentenwelzijn. In het mededingingsrecht is consumentenwelzijn leidend, maar dit wordt nu te nauw geïnterpreteerd. Voortaan, bijvoorbeeld bij overnames en machtsconcentraties, toetsen we consumentenwelzijn niet langer alleen maar aan effecten op de laagste prijs, maar ook aan andere maatschappelijke effecten, zoals het effect op duurzaamheid, keuzevrijheid, privacy, de mate van concurrentie binnen een markt en mediavrijheid. De Europese Commissie en nationale handhavers krijgen meer mogelijkheden om agressieve overnames tegen te gaan en in te grijpen als bedrijven een dominante positie gebruiken om nieuwe markten te betreden.
  • Macht breken. Als een bedrijf een te grote machtspositie heeft, moet de Europese Commissie strenger op kunnen treden en de huidige structuren die machtsposities in de hand werken open kunnen breken, bijvoorbeeld met verplichte interoperabiliteit, het vrijgeven van patenten, verplichte optie tot behoud van bankrekeningnummer, of het verplicht delen van nietpersoonlijke data. De Europese Commissie moet, waar nodig, bedrijven kunnen opbreken. Grondstoffen in kringloop houden.
  • Circulair Europa. We maken de EU tot koploper in circulariteit. In 2050 hebben we een volledig circulaire economie. Met het sluiten van kringlopen sparen we grondstoffen en energie, beschermen we de biodiversiteit binnen en buiten Europa, verminderen we de importafhankelijkheid van de EU, dringen we vervuiling terug en brengen we klimaatneutraliteit dichterbij.
  • Weg van de wegwerpeconomie. In het grondstoffenbeleid zetten we het afzien van producten voorop, gevolgd door intensiever gebruik (delen), verbetering van de materiaalefficiëntie, verlenging van de levensduur, hergebruik, reparatie en recycling.
  • Ecodesign voor circulariteit. Op basis van de nieuwe wetgeving over ecologisch ontwerp stellen we voorschriften op voor alle producten die gemaakt of verkocht worden in de EU. Ecodesign omvat onder meer het uitfaseren van giftige stoffen; het vervangen van schaarse door meer gangbare grondstoffen; het gebruik van een oplopend percentage gerecyclede grondstoffen; een verplichte minimum levensduur en een verbod op geplande veroudering; repareerbaarheid en recyclebaarheid.
  • Strengere regels voor chemicaliën. De Europese wetgeving over chemicaliën wordt aangescherpt: bedrijven mogen stoffen pas gebruiken of op de markt brengen als zij vooraf aantonen dat deze veilig zijn voor mens en natuur. PFAS worden onmiddellijk verboden, andere onafbreekbare giftige stoffen op korte termijn. We beschermen werknemers beter tegen het werken met gevaarlijke stoffen. Milieu-, gezondheids- of financiële schade aangericht door illegale dumpingen of uitstoot van PFAS wordt verhaald op de vervuiler.
  • Minder microplastics. Ecodesignvoorschriften stellen een strenge limiet aan het vrijkomen van microplastics uit kleding. Daarmee wordt het gebruik van synthetisch textiel afgeremd. In nieuwe wasmachines worden filters die microplastics opvangen verplicht. Er komt een verbod op microplastics in alle cosmetica en schoonmaakmiddelen.
  • Kritieke grondstoffen. Op kritieke grondstoffen, die schaars maar onmisbaar zijn, zijn we extra zuinig. We diversifiëren de toeleveringsketens van deze grondstoffen en zien streng toe op maatschappelijk verantwoord ondernemen.
  • Metaalmijnbouw. De energietransitie vraagt veel metalen. We zorgen ervoor dat de bedrijven die deze metalen winnen en importeren hun zorgplicht voor mens en natuur (gaan) naleven. Daarbij hoort dat lokale gemeenschappen zeggenschap krijgen en baat hebben bij mijnbouw. Dat geldt ook voor de winning van kritieke metalen in Europa. We dragen zorg voor veilige arbeidsomstandigheden. Mijnbouwmachines worden uitstootvrij.
  • Biogrondstoffen. We geven sturing aan de biobased economy. Fossiele en andere eindige grondstoffen worden zoveel mogelijk vervangen door duurzame plantaardige alternatieven, zonder de voedselvoorziening in gevaar te brengen. Hoogwaardige toepassingen van biogrondstoffen hebben voorrang boven het gebruik als energiebron.
  • Circulair en biobased bouwen. We stimuleren circulair en biobased bouwen. We ondersteunen de opschaling van de productie van biomaterialen voor isolatie van woningen. We stellen een maximum aan de materiaalgebonden CO2-uitstoot van nieuwbouw, waardoor hergebruik van materialen en de toepassing van biobased materialen een impuls krijgen. Gebouwen krijgen een materialenpaspoort om hergebruik te vergemakkelijken.
  • Einde aan fast fashion, wegwerpelektronica en wegwerpplastic. Om te bevorderen dat producten zoals kleding, meubels en elektronica van goede kwaliteit zijn en lang meegaan, verlengen we garantietermijnen en maken we het voor consumenten gemakkelijker om hun recht op garantie uit te oefenen. Reparatie heeft de voorkeur boven vervanging. Ook breiden we het verbod op plastic wegwerpartikelen uit.
  • Recht op reparatie. De EU voert het afgesproken recht op reparatie in en breidt het recht uit naar alle producten. Een reparatiescore voor producten stelt consumenten in staat duurzame keuzes te maken. Consumenten moeten dit recht in de praktijk snel en eenvoudig kunnen opeisen, en moeten ook in staat zijn om zelf reparaties uit te voeren. Hiervoor moet uitgebreide documentatie beschikbaar worden gemaakt. Na afloop van de garantie moet reparatie betaalbaar zijn. Daartoe bevorderen we dat lidstaten de btw op reparaties verlagen.
  • Mondiaal plasticverdrag. We ijveren voor een mondiaal plasticverdrag dat de productie van plastic aan banden legt, de toepassingen ervan beperkt en een eind maakt aan vervuiling door plastic.
  • Steun voor circulaire koplopers. Afval dat geschikt is voor recycling mag niet langer gestort of verbrand worden. We geven meer steun aan circulaire koplopers bij kennisuitwisseling, het samenwerken in circulaire ketens en het verkrijgen van de einde-afvalstatus voor grondstoffen die op veilige wijze hergebruikt of gerecycled kunnen worden.
  • Verantwoordelijkheid producenten. De uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, die fabrikanten en importeurs verantwoordelijk maakt voor inzameling en recycling van afgedankte producten, wordt verbreed naar onder meer kleding en meubels. Inzamelings- en recyclingdoelen worden stapsgewijs aangescherpt; ze mogen hergebruik niet in de weg staan. Gemeenten, reparatie- en recyclingbedrijven en ngo’s krijgen een stem in de organisaties voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.
  • Milieulabel. Consumenten dienen volledig geïnformeerd te worden over de milieu-impact van producten met een verplicht milieulabel. Hiervoor wordt de product-milieuvoetafdruk (PEF) de standaard. Voor producten waar de PEF niet op van toepassing is, komt de Europese Commissie met standaarden per productcategorie.
  • Retourpremie. Er komt een retourpremie voor alle elektronica, inclusief batterijen, en voor kleding.
  • Stop afvalexport. We stoppen met de export van afval naar landen buiten de EU.
  • Diepzeemijnbouw op pauze. We maken ons sterk voor een internationaal moratorium op diepzeemijnbouw zolang de effecten daarvan onvoldoende zijn onderzocht. Eerst moet worden aangetoond dat delfstoffenwinning op de oceaanbodem samen kan gaan met de effectieve bescherming van het milieu, de biodiversiteit en de koolstofopslag van de oceanen.

4.4 Europees investeren in een schone, sociale en veilige toekomst


Een stabiele en duurzame financiële sector

  • Bankenunie. Spaargeld moet veilig zijn. Een volwaardige bankenunie maakt het financiële systeem weerbaarder en is belangrijk voor de stabiliteit van de eurozone. Banken moeten substantieel meer eigen vermogen aanhouden ten opzichte van leningen die ze verstrekken, en zich via een Europees depositogarantiestelsel verzekeren tegen bankruns. Zo draait de bankensector zelf op voor mogelijke verliezen en faillissement en wordt spaargeld veiliggesteld. Om te voorkomen dat problemen in de bankensector overslaan op de overheidsfinanciën van eurolanden en dat banken elkaar in een economische val meesleuren, pakken we blootstellingen aan nationale obligaties op bankbalansen aan. Banken moeten bij wanbeheer worden afgerekend op hun beleid, niet op in welk land ze gevestigd zijn.
  • Stabiele euro. In onzekere tijden hebben we een stabiele euro meer dan ooit nodig. Met een slagvaardige, eigentijdse EU-begroting zijn we beter in staat om de klappen van toekomstige crisis op te vangen. We moeten de muntunie ook versterken door ons meer gezamenlijk te beschermen tegen financiële crises. Een Europees depositogarantiestelsel moet voorkomen dat falende banken hele landen meesleuren in hun val en speculanten gaan gokken op een scheuring in de eurozone.
  • Too big to fail aanpakken. We zorgen ervoor dat banken niet langer too big to fail zijn, waardoor ze onbeheersbare risico’s voor de financiële stabiliteit vormen. Falende banken worden in principe afgewikkeld. We stimuleren concurrentie tussen banken, grote banken worden opgeknipt en er komt een scheiding tussen de nutsactiviteiten van banken en risicovolle handelsactiviteiten. Zo verminderen we risico’s en kan de bankensector economische klappen zelf opvangen, in plaats van dat de belastingbetaler daarvoor moet opdraaien.
  • Spaarders profiteren van renteverhoging. We voeren een extra bankenbelasting in voor bankenwinsten die uitsluitend doorschuiven naar aandeelhouders en spaarders niet mee laten profiteren. Ook moeten belastingbetalers meeprofiteren van de grote meevallers die banken innen door rentebeleid van de Europese Centrale Bank (ECB). Door de hoge rentestanden keerde de ECB in 2023 een bedrag van naar schatting 146 miljard euro uit aan commerciële banken. Dit gaat indirect ten koste van de belastingbetaler, omdat de ECB normaal winsten aan nationale schatkisten uitkeert. We stoppen deze subsidiestroom door de drempel van niet-vergoede reserves voor banken flink te verhogen.
  • Groene rente. Bij renteverhogingen door de ECB worden groene investeringen, zoals in zonne-energie, warmtepompen en aardwarmte, duurder en dus disproportioneel hard afgeremd. Dit brengt de groene transitie en daarmee de prijsstabiliteit in gevaar. De ECB mag groene activa bevoordelen in het monetair beleid als dit past binnen het doel om inflatie rond de 2% te houden. Daarom maakt de ECB, waar nodig, onderscheid tussen de algemene rente en een specifieke groene rente voor duurzame investeringen. De ECB komt zijn verplichtingen onder het Europees Verdrag en het Klimaatakkoord van Parijs na en stopt haar steun aan fossiele activiteiten.
  • Bescherming voor consumenten. Voor particuliere beleggers moeten investeringsadviezen altijd in openheid en zonder belangenverstrengeling verstrekt worden. Toezichthouders onderwerpen nieuwe financiële producten aan een risicotoets, waaronder een begrijpelijkheidstoets voor consumenten. De overstap tussen banken moet makkelijker worden gemaakt. Online advertenties voor investeringen, financiële producten en praktijken van finfluencers, zoals piramidespelen, worden strenger aangepakt en aan banden gelegd.
  • Duurzame investeringen. Om consumentenvertrouwen in duurzaam beleggen te versterken, om de Europese kapitaalmarktunie voor duurzaam beleggen te verdiepen en om geld te mobiliseren voor de groene transitie, handhaven we strenge Europese criteria voordat financiële producten als ‘duurzaam’ in de markt worden gezet. Gas en kernenergie mogen niet langer als duurzaam worden bestempeld. Bovendien komen er definities voor niet-duurzame investeringen. Op basis daarvan neemt de EU maatregelen om de financiering van niet-duurzame investeringen af te bouwen. Iedere euro die financiële instellingen in fossiele investeringen of leningen steken moet met 100% kapitaal gedekt zijn, zodat de echte kosten en risico’s van investeringen in een onleefbare planeet voelbaar worden bij investeerders.
  • Digitale euro. De EU garandeert het voortbestaan van cash geld. Daarnaast voert de EU de digitale euro in, die een publiek betaalsysteem biedt als alternatief voor private initiatieven als bitcoin en stablecoins en voor private commerciële banken, zowel voor betaalverkeer als voor het stallen van geld. De EU zorgt ervoor dat het gebruik van de digitale euro voor burgers veilig, gratis en universeel toegankelijk is. Dit systeem moet aan strenge eisen voldoen als het gaat om privacy, toegankelijkheid en democratische inspraak.
  • Verantwoording ECB. De ECB is onafhankelijk maar legt beter verantwoording af over de invulling van haar mandaat om prijsstabiliteit te garanderen en het EU-beleid te ondersteunen. Zij gaat impactanalyses publiceren van verstrekkende monetaire besluiten en meer toegang verschaffen tot vertrouwelijke ECB-documenten, en biedt zo het Europees Parlement en onafhankelijke partijen de mogelijkheid om monetair beleid te evalueren.
  • Kapitaalmarktunie reguleren. We voltooien de kapitaalmarktunie. De Europese toezichthouder (ESMA) krijgt meer bevoegdheden. We dichten gaten in het reguleren van de kapitaalmarkt, zeker als het gaat om het onderwaarderen van klimaatrisico’s en in gevallen waar niet-banken onder lichtere regels en toezicht bancaire taken uitvoeren (shadow banking). Ook moet binnen de kapitaalmarktunie de vooringenomenheid voor schuldfinanciering boven financiering uit eigen middelen (debt-equity bias) worden aangepakt.
  • Cryptomunten. Cryptomunten moeten aan strenge regulering onderhevig zijn. Banken moeten voldoende geld aanhouden om de risico’s van crypto-assets te dekken. De energieuitstoot van crypto is excessief en moet stevig aan banden worden gelegd.

Begrotingsregels

  • Begrotingsregels voor welzijn en veerkracht. Voor een toekomstbestendige economie krijgen lidstaten de ruimte om te investeren in hun publieke en sociale voorzieningen en in de ecologische transitie, om de economie van een land te versterken en toekomstbestendig te maken. We zorgen voor beheerste ontwikkeling van schuld met meer ruimte voor publieke investeringen. Begrotingsregels en nationale hervormingsprogramma’s worden, naast schuldhoudbaarheid, sterker gebaseerd op indicatoren als welzijn, sociale voorzieningen, planetaire grenzen, zorg, onderwijs en een rechtvaardige klimaattransitie. Het sturen op een laag tekort werkt onnodig procyclisch. Bij het bepalen van schuldhoudbaarheid wordt de lange termijn sterker meegenomen en meer gekeken naar de inkomsten en investeringen in de maatschappij, in plaats van verwoestende bezuinigingen. Daarnaast worden klimaat- en duurzaamheidsrisico’s in de schuldhoudbaarheid meegewogen.
  • Sociale rechten in de begrotingsregels. De 20 principes van de Europese Pijler voor Sociale Rechten (EPSR) en de doelstellingen van het actieplan worden volledig geïntegreerd als doelen in de nieuwe begrotingsregels. De Europese Commissie doet een grondige evaluatie van de voortgang van de lidstaten. Meer structureel maakt de Commissie de Sociale Pijler onderdeel van de landenspecifieke aanbevelingen en moet het ‘kader voor sociale convergentie’ ervoor zorgen dat sociaal beleid op gelijke voet komt met de economische en fiscale doelstellingen van het begrotingsbeleid.
  • Een slagvaardige EU-begroting. De EU-begroting stelt ons in staat te reageren op grote overkoepelende uitdagingen. We breiden daarom de slagkracht van de EU-begroting uit. De Europese meerjarenbegroting (MFK) moet gemoderniseerd, herschikt en verhoogd worden om de EU socialer, duurzamer en strategisch onafhankelijker te maken. Er moet een verschuiving plaatsvinden van de oude cohesie- en landbouwfondsen naar toekomstgericht beleid, met het zwaartepunt op klimaat, innovatie en bestaanszekerheid. Hierbij wordt het innovatiebudget verdrievoudigd.
  • Een EU-begroting met eigen inkomsten. Een grotere EU-begroting moet uit meer eigen inkomsten bestaan, niet alleen uit hogere nationale bijdragen. Deze eigen inkomsten kunnen bijvoorbeeld bestaan uit het belasten van vervuiling, het belasten van overwinsten, een digitale dienstenbelasting, een financiële transactietaks of een ‘interne-marktheffing’ voor de allergrootste bedrijven. Die eigen middelen zoeken we dus niet direct bij de individuele belastingbetaler, maar bij partijen die het meeste voordeel halen uit Europese samenwerking: multinationale bedrijven.
  • Strategische en crisisbestendige investeringen. We bouwen voort op het succes van het Europees Herstelfonds (herstel- en veerkrachtfaciliteit of RRF) en de Europese werkloosheidsverzekering (SURE), waarbij Europees geld lidstaten de ruimte geeft om groene, digitale, sociale en geopolitieke investeringen te doen. Deze programma’s waren essentieel als antwoord op de coronacrisis en verdienen opvolging. We richten daarom een permanent Europees investeringsfonds op met bindende voorwaarden om de transitie te versnellen, stabiliteit en solidariteit te waarborgen en om toekomstige crises op te vangen. Dit wordt bij voorkeur ingebed in de EU-begroting. We steunen gezamenlijke Europese leningen om de slagkracht van deze fondsen te verhogen. Respect voor de rechtsstaat en duurzame hervormingen zijn een voorwaarde voor financiële steun, net als sterke groene en sociale waarborgen. Het Europees Parlement krijgt een toezichthoudersrol over de uitgaven. Nu zijn lidstaten grotendeels zelf verantwoordelijk: een slager die zijn eigen vlees keurt.
  • Strenge voorwaarden voor publiek geld. Voor alle bestedingen van publiek geld, of het nu gaat om staatssteun van landen of EU-subsidies, gaan strenge voorwaarden gelden op gebied van mensenrechten, duurzaamheid, sociale rechten, werknemersrechten en dierenrechten voor zowel lidstaten als bedrijven. Waar bedrijven met EU-subsidies zich niet aan de voorwaarden blijken te houden, worden deze subsidies stopgezet. Als bedrijven met subsidies en dus belastinggeld binnen vijf jaar substantiële winsten maken of zich niet houden aan de vooraf gestelde voorwaarden, betalen zij op basis daarvan de subsidie geheel of deels terug.
  • Sturende publieke aanbestedingen. Publiek geld moet gaan naar de beste optie, niet alleen de goedkoopste. We herzien de Europese aanbestedingsrichtlijn, zodat onder andere sociale, duurzaamheids-, en privacyfactoren strikte voorwaarden zijn. Ook moet strategische autonomie kunnen worden meegenomen in afwegingen, in plaats van alleen de laagste prijs. Dit soort criteria gaat voortaan ook gelden voor sectoren waar nu een licht regime voor geldt, zoals de zorg. Minimumcriteria, zoals de aanwezigheid van een cao, fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden, klimaatneutrale projecten, eigen controle over infrastructuren en het voldoen aan milieunormen kunnen daarbij worden gehanteerd. De voorwaarden bij overheidsaanbestedingen en-inkoop lopen in de tijd op en houden rekening met de omvang van de meedingende bedrijven. Zo steunen we koplopers in de groene welzijnseconomie.
  • Aanmelden voor investeringen. We versimpelen het aanvragen van steun uit innovatieen onderzoeksprogramma’s. Zo kunnen burgercoöperaties, mkb en familiebedrijven makkelijker deelnemen aan Europese programma’s.
  • Investeren in een groene toekomst. Minstens de helft van de EU-begroting moet ten goede komen aan duurzame investeringen en het op een rechtvaardige manier behalen van de doelen van het Klimaatverdrag en biodiversiteitsafspraken. Daarvoor moderniseren en verduurzamen we onder andere het Europees landbouwbeleid en investeren we in duurzame energie, in het isoleren van huizen in heel Europa en in onderzoek en innovatie. Gezamenlijke Europese investeringen en de EU-begroting moeten consistent zijn met het Klimaatakkoord van Parijs.
  • Investeren in innovatie. We doen grootschalige investeringen in innovatie. De EU formuleert publieke doelen, zoals de duurzame energietransitie, een circulaire economie, betaalbare medicijnen en ethische en veilige technologie en digitale infrastructuur, die richting geven aan onderzoek en innovatie. De EU bouwt actief aan publiek-private partnerschappen en clusters, zoals rond Leuven en Eindhoven, voor optimale baten voor zowel bedrijven als de maatschappij bij investeringen in innovatie.

4.5 Natuurherstel en eerlijk en gezond voedsel voor iedereen

  • Circulair voedselsysteem. We vormen het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid van de EU om tot een Gemeenschappelijk Voedselbeleid. Daarbij zetten we alle Europese beleidsinstrumenten in om te bouwen aan een circulair voedselsysteem dat ecologische grenzen respecteert, bodemkwaliteit en biodiversiteit verbetert, anticipeert op klimaatverandering, dierenwelzijn waarborgt, de eiwittransitie versnelt, gezond en betaalbaar voedsel biedt aan consumenten, toegang tot land, goed werk en een eerlijke beloning oplevert voor duurzame en biologische boeren en bijdraagt aan de ontwikkeling van plattelandsgebieden.
  • Oog voor de regio. Het is belangrijk dat de landbouwtransitie in krimpgebieden gepaard gaat met investeringen in de leefbaarheid door gebruik te maken van de juiste Europese cohesiefondsen. Zo blijft het leven op het platteland aantrekkelijk voor komende generaties. De EU ondersteunt de voorzieningen op het platteland zoals onderwijs, openbaar vervoer, zorg, huisvesting, kunst en cultuur en sport om de ongelijkheid ten opzichte van drukker bevolkte gebieden te compenseren.
  • Gezond en betaalbaar eten. Het Gemeenschappelijk Voedselbeleid stelt nationale en lokale overheden in staat om te werken aan een gezonde voedselomgeving. Van goed en betaalbaar eten maken we een basisvoorziening, in lijn met initiatieven zoals de Volkskantine, waar mensen biologische en verse gerechten kopen tegen snackbarprijzen. Overheden mogen supermarkten verplichten om hun aanbod in overeenstemming te brengen met wetenschappelijke richtsnoeren voor gezonde en duurzame voeding.
  • Gezonde en duurzame voedselkeuze. Een Europees voedselkeuzelogo zoals de NutriScore moet de keuze van consumenten voor gezonde en duurzame productgroepen bevorderen.
  • Minder voedselverspilling. In 2030 wordt in de EU 50% minder voedsel verspild. Dat vraagt om actie in de hele keten, met specifieke doelen voor landbouw, voedselverwerkers, supermarkten, restaurants en huishoudens, alsook goede monitoring van de voortgang. Consumenten krijgen betere informatie over houdbaarheidsdata en duidelijker bewaaradvies op verpakkingen.
  • Vergroenen landbouwsubsidies. Vervuilende landbouwsubsidies nemen we op de schop. We vervangen de huidige inkomenssteun aan boeren door steun aan biologische, natuurinclusieve en dierwaardige kringlooplandbouw, beloningen voor de maatschappelijke diensten die boeren leveren en ondersteuning van een gezonde voedselomgeving. De beloning voor diensten zoals natuurbeheer, landschapsonderhoud en waterberging moet toereikend zijn en worden vastgelegd in langjarige contracten, die meer zekerheid bieden voor boeren en natuur. We zien erop toe dat lidstaten bij de toekenning van subsidies controleren of werknemers volgens de cao worden betaald en sociale premies worden afgedragen.
  • Duurzaamheidslabel. De EU stelt normen op voor natuurinclusieve en dierwaardige kringlooplandbouw. Deze vormen de grondslag voor een duurzaamheidslabel, naast het biolabel. De normen omvatten een afstandsnorm voor de herkomst van de reststromen waarmee landbouwdieren worden gevoerd. Deze reststromen komen uit de landbouw, voedingsmiddelenindustrie of landschapsonderhoud in de regio, niet van buiten de EU. Daarmee wordt ook het stikstofoverschot teruggedrongen.
  • Eerlijke prijzen voor eerlijk voedsel. We zetten supermarkten in beweging om een oplopend percentage producten uit biologische landbouw en andere vormen van duurzaam geproduceerd voedsel te verkopen. Lange termijn prijsafspraken moeten meer zekerheid bieden aan boeren die willen verduurzamen.
  • Boeren voor de bouw. Om het verdienmodel van boeren te verbreden en de milieu-impact van de bouw te verminderen, bevorderen we de teelt van biobased bouw- en isolatiematerialen, zoals hout en hennep.
  • Klimaatneutraal. Landbouw en landgebruik in de EU moeten in 2040 klimaatneutraal zijn. Aan alle landbouwsubsidies koppelen we eisen voor vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. We belonen boeren voor de opslag van koolstof in landbouwbodems.
  • Minder kunstmest. We faseren het gebruik van sythetische kunstmest uit, onder meer door voedingsstoffen uit menselijke uitwerpselen op veilige wijze terug te brengen in de kringloop en de teelt van stikstofbindende voedselgewassen te stimuleren. Recycling van fosfaat en andere voedingsstoffen uit rioolwaterzuiveringsslib wordt verplicht. Ook voor fosfaat in batterijen komt er een recyclingverplichting.
  • Stoppen met pesticiden. We zetten ons in voor een Europees verbod op glyfosaat. Ook andere chemische pesticiden worden uiterlijk in 2040 uitgefaseerd. In 2030 gebruikt de landbouw de al helft minder pesticiden. We helpen boeren om minder chemische pesticiden te gebruiken en versnellen de toelating van alternatieven. Pesticiden die binnen de EU verboden zijn mogen niet langer worden geëxporteerd.
  • Landbouwrobots. We steunen boeren bij de inzet van lichte landbouwrobots. Die stellen hen in staat om onkruid te controleren zonder herbiciden te gebruiken of te ploegen, om strokenen pixelteelt te bedrijven, om te boeren bij een hoog waterpeil en om de inzet te beperken van zware tractoren die de bodem verdichten.
  • Klimaatbestendige landbouw. We steunen boeren bij de overgang naar landbouwsystemen die beter bestand zijn tegen weersextremen en zeespiegelstijging, waaronder natte en zilte landbouw, meerjarige voedselgewassen, voedselbossen en andere vormen van agrobosbouw.
  • Genetische diversiteit. We zetten ons in voor behoud van de genetische diversiteit van planten, mede met het oog op de noodzakelijke aanpassing op klimaatverandering. We verzetten ons tegen octrooien op levende organismen.
  • Minder vee en vlees. We verkleinen de Europese veestapel flink, mede door een verbod op megastallen, een graslandnorm en strengere dierenwelzijnseisen. We bevorderen de eiwittransitie, met als tussendoel dat in 2030 onze eiwitten voor 60% uit plantaardige bronnen komen en voor 40% uit dierlijke bronnen. Producenten worden gestimuleerd om dierlijke eiwitten te vervangen door plantaardige eiwitten in bewerkte voedselproducten. We bieden steun aan veehouders die willen stoppen of extensiveren.
  • Cellulaire landbouw. We investeren in technologieën die smakelijke en diervriendelijke alternatieven bieden voor het inefficiënte landgebruik door veeteelt. Daartoe ondersteunen we de ontwikkeling van vleesvervangers uit precisiefermentatie en van kweekvlees, op voorwaarde dat de opgedane kennis vrij gebruikt kan worden. We financieren fundamenteel onderzoek en helpen producenten bij het doorlopen van de markttoelatingsprocedure. We bevorderen ook de inpassing van precisiefermentatie en kweekvlees in eetculturen alsmede de samenwerking tussen producenten en boeren, bijvoorbeeld voor decentrale productie op het platteland. Dit schept ruimte voor meer natuur.
  • Genetische modificatie. We houden vast aan de strenge Europese regels voor transgenetische modificatie. Gewassen die gemodificeerd zijn zonder soortvreemd DNA (cisgenese), bijvoorbeeld met de CRISPR-Cas-techniek, worden alleen toegelaten als zij een toets op maatschappelijke waarde doorstaan. Daarbij draait het om hun bijdrage aan een duurzame, klimaatadaptieve voedselvoorziening. De etiketteringsplicht blijft bestaan.
  • Geen dumping. We gaan het dumpen van landbouwoverschotten in armere landen buiten de EU tegen, omdat dat ten koste gaat van lokale boeren en bedrijven. We ijveren voor wederkerigheid van standaarden bij de handel in voedsel. We ondersteunen de duurzame landbouw- en voedseltransitie in het mondiale Zuiden.


Duurzame visserij

  • Einde aan overbevissing. We staan commerciële visvangst alleen toe als het ecosysteem gezond is en uitsluitend de natuurlijke aanwas aan vis wordt weggevangen. Uiterlijk in 2025 gelden voor alle commerciële vissoorten wetenschappelijk verantwoorde quota die zorgen voor spoedig herstel van een overvloedige visstand.
  • Geen sleepnetvisserij. We faseren zware sleepnetvisserij uit en stoppen met bodemverstorende visserij in zeereservaten. Er komen weer experimenten met pulsvisserij. Gedegen wetenschappelijk onderzoek naar de ecologische neveneffecten en het effect op vissenwelzijn is nodig voordat vissen met stroomstoten wordt toegestaan. Zowel sleepnetvisserij als pulsvisserij worden streng getoetst aan dierenwelzijnsnormen.
  • Eerlijke transitie. We dringen het overschot aan vangstcapaciteit terug met een rechtvaardig transitieplan. We geven niet langer subsidie voor de bouw van vissersschepen. De vrijstelling van brandstofaccijns voor de visserij wordt geschrapt.|
  • Visserijakkoorden. Akkoorden met landen buiten de EU mogen niet ten koste gaan van een gezonde visstand of van de bestaansmogelijkheden van de lokale bevolking. Import van vis gevangen door lokale vissers heeft de voorkeur boven visserij in wateren van landen buiten de EU door de Europese vissersvloot.

Volksgezondheid

  • Voorbereiden op pandemieën. We maken ons sterk voor een eerlijke toegang tot medicijnen en vaccins, onder meer door het opschorten van octrooien, het delen van kennis en technologie in samenwerking met de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en het verlenen van steun aan de opbouw van productiecapaciteit in het mondiale Zuiden. Dit is ook onze inzet bij de onderhandelingen over een internationaal pandemieverdrag. Dit verdrag moet tevens het risico op overdracht van besmettelijke ziekten van dier op mens verkleinen, op basis van de one healthbenadering: de gezondheid van mensen is verweven met die van dieren en ecosystemen. Bij het bestrijden van pandemieën dient een zorgvuldige en transparante afweging van mensenrechten te worden gemaakt.
  • Beter beschikbare geneesmiddelen. We breken de macht van Big Pharma. We zetten ons in voor gezamenlijke inkoop van medicijnen en vaccins op Europees niveau, naar het voorbeeld van de coronavaccins. We maken het gemakkelijker om medicijnen uit andere Europese landen te importeren. We gaan medicijnverspilling tegen door versoepeling van de regels. Apothekers en andere bedrijven geven we middels dwanglicenties de mogelijkheid om dure medicijnen goedkoop na te maken. We verkorten de octrooien op medicijnen en vaccins, leggen de toeëigening van publiek gefinancierd geneesmiddelenonderzoek door private bedrijven aan banden en zetten een publieke infrastructuur op voor de ontwikkeling van nieuwe medicijnen, vaccins en hulpmiddelen.
  • Antibiotica. Met verantwoord gebruik van antibiotica gaan we het ontstaan en de verspreiding van multiresistente ziektekiemen tegen. We dringen het antibioticagebruik in de veeteelt terug, onder meer door de huisvesting van landbouwdieren te verbeteren en groepsbehandeling te beperken. We maken een eind aan de import van dierlijke producten waarbij in de EU verboden antibiotica zijn gebruikt. De lijst van reserve-antibiotica, die alleen bij mensen mogen worden ingezet, stemmen we af op de criteria van de Wereldgezondheidsorganisatie. We bevorderen de ontwikkeling van nieuwe antibiotica en alternatieve behandelmethoden.
  • Geneesmiddelen voor het mondiale Zuiden. We zetten ons in voor de ontwikkeling van vaccins en medicijnen tegen ziektes die een grote impact hebben in lage- en middeninkomenslanden, zoals hiv/aids, tuberculose, malaria en gele koorts. We stellen voorwaarden aan de prijs van vaccins en medicijnen die met Europees onderzoeksgeld ontwikkeld zijn om de toegankelijkheid te verzekeren, zeker in lage- en middeninkomenslanden. Zo nodig stellen we octrooien buiten werking.
  • Schone leefomgeving. We brengen de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit in overeenstemming met de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie. De normen voor de uitstoot van fijnstof, stikstofoxiden en andere vervuilende stoffen door voer-, vaar- en vliegtuigen worden aangescherpt. We bevorderen schoon water en scherpen de regelgeving ter voorkoming van medicijnresten en andere chemische stoffen in water aan.


Dierenwelzijn

  • Dierenrechten. Dieren hebben intrinsieke waarde. Daarom hebben zij recht op een respectvolle behandeling en moet met hun belangen zorgvuldig rekening worden gehouden. De EU legt dit vast in een bindend handvest van dierenrechten. We leggen diertransporten aan banden en verbeteren het toezicht hierop. Dierenwelzijnsregels gaan ook gelden voor vissen, zowel in kwekerijen als bij de visvangst in open water.
  • Einde bio-industrie. We maken een einde aan de bio-industrie. Alle huisvesting voor landbouwdieren moet gaan voldoen aan de hoogste normen voor dierenwelzijn en volksgezondheid. Koeien moeten kunnen grazen, kippen scharrelen, varkens wroeten. Aan nodeloze verminking van landbouwdieren, zoals het castreren van biggen, komt een einde. Om te beginnen verplichten we een Beter Leven-keurmerk voor alle producten met dierlijke ingrediënten op de Europese markt.
  • Verbod op bont. We verbieden het fokken van pelsdieren en de import van bont in de hele EU, in lijn met het Europees burgerinitiatief dat gesteund wordt door 1,7 miljoen EU-burgers.
  • Proefdiervrij onderzoek. Dierproeven worden uitgefaseerd. Als eerste stap staan we zulke proeven alleen nog maar toe als dat de enige manier is om een substantiële verbetering van de volksgezondheid te bereiken. Er komt meer geld voor dierproefvrij onderzoek.
  • Klonen. We verbieden het genetisch modificeren en klonen van dieren, alsmede de import van gemodificeerde en gekloonde dieren en de producten daarvan. Daarbij geldt een uitzondering voor wetenschappelijk onderzoek en voor de productie van medicijnen tegen levensbedreigende ziekten.


Natuurherstel

  • Veerkrachtige natuur. We voeren de Europese Natuurherstelwet voortvarend uit. Uiterlijk in 2050 moeten alle ecosystemen in goede staat zijn.
  • Meer natuurgebieden. We verbinden natuurgebieden met elkaar. In 2030 beslaan beschermde natuurgebieden 30% van het land- en zeeoppervlak in de EU, zoals afgesproken binnen de Verenigde Naties. We nemen het voortouw bij de instelling van zeereservaten in internationale wateren, opdat in 2030 ook 30% van de oceanen beschermd gebied is.
  • Schoon water. We verbeteren de waterkwaliteit, van het water in onze meren en rivieren tot ons grondwater. We houden de lidstaten aan de gemaakte afspraken en ondersteunen hen op Europees niveau door bronmaatregelen te nemen, zoals het aan banden leggen van het gebruik van pesticiden, microplastics en andere schadelijke chemicaliën en verkleining van de veestapel. Chemische en andere vervuiling door bedrijven pakken we hard aan.
  • Gezonde bodems. Er komt een Europese bodemwet die bodems weer gezond maakt. Dat draagt bij aan biodiversiteit, voedselzekerheid, koolstofopslag, waterberging en bescherming tegen droogte.
  • Klimaatadaptatie. We werken beter samen in Europa om ons aan te passen aan klimaatverandering. Dat gaat hand in hand met versterking van de natuur. Om overstromingen te voorkomen geven we rivieren meer ruimte, terwijl we oevers natuurvriendelijk maken. Natuurbranden pakken we samen aan. Dit vergt samenhangende en grensoverschrijdende brandbestrijdingsstrategieën en uitwisseling van best practices.
  • Natuurbescherming wereldwijd. We geven voortvarend uitvoering aan de mondiale akkoorden over de bescherming van biodiversiteit en oceanen. We breiden de Europese wet tegen ontbossing uit. Europese financiële instellingen mogen geen bedrijven financieren die wereldwijd bossen vernietigen. Producten die gemaakt zijn ten koste van ernstige aantasting van ecosystemen, verlies van biodiversiteit en daarmee samenhangende mensenrechtenschendingen, weren we van de Europese markt.
  • Grond in publieke handen. We stimuleren Europese overheden om meer grond in publieke of gemeenschapshanden te brengen.
  • Strafbaarstelling ecocide. De grootschalige beschadiging, vernietiging of verlies van natuur en ecosystemen wordt strafbaar.
  • Rechten voor de natuur. We kennen in Europees verband rechten toe aan de natuur. We organiseren een Europees burgerberaad de manier waarop dit vorm moet krijgen.

4.6 Betaalbaar en groen vervoer

  • Groen en sociaal mobiliteitsbeleid. Openbaar vervoer, deelvervoer, fietsen en lopen krijgen voorrang in het Europese mobiliteitsbeleid. De vergroening van onze mobiliteit moet hand in hand gaan met de verwezenlijking van betaalbare en toegankelijke mobiliteit voor iedereen. We kiezen voor schoon en betaalbaar openbaar vervoer als een dienst van algemeen belang, die niet ten prooi mag vallen aan privatisering. De verplichting om openbaar vervoer aan te besteden wordt geschrapt.
  • Einde aan vervoersarmoede. We zien erop toe dat de lidstaten vervoersarmoede terugdringen op een duurzame manier, bijvoorbeeld door openbaar vervoer gratis te maken, onder meer met de middelen uit het Sociaal Klimaatfonds. Bij de aanpak van vervoersarmoede zetten we de regio centraal. Al het openbaar vervoer wordt toegankelijk voor mensen met een beperking.
  • Sneller met de trein. We investeren in een Europees netwerk van snelle personentreinen, nachttreinen en vrachttreinen. Er komt een Europese dienstregeling en Europees treinboekingssysteem, waarmee reizigers op eenvoudige wijze prijzen en goedkope treinkaartjes kunnen vergelijken in heel Europa. We versterken de rechten van passagiers, bijvoorbeeld bij vertraging. Europese spoorwegmaatschappijen beoordelen we niet alleen op het vervullen van nationale verplichtingen, maar ook op hun prestaties op het gebied van internationale treinreizen.
  • Betaalbare elektrische auto’s. We stimuleren overheden om de verkoop van nieuwe personenauto’s op fossiele brandstof al vóór de einddatum van 2035 te ontmoedigen, door middel van belastingen, emissievrije zones of eisen aan bedrijfs- en leaseauto’s. Elektrische (deel) auto’s, op duurzame en verantwoorde wijze geproduceerd, moeten een betaalbaar alternatief worden. We bevorderen een tweedehandsmarkt voor elektrische voertuigen.
  • Minder SUV’s. We voeren ecodesignvoorschriften voor personenauto’s in, met een correctiefactor voor de batterijen van elektrische auto’s. Deze voorschriften moeten ertoe leiden dat de gemiddelde omvang en het gemiddelde gewicht van personenauto’s drastisch afnemen, en daarmee ook het aantal SUV’s.
  • Uitstootvrij wegvervoer. Nieuwe vrachtwagens, bussen, landbouwvoertuigen en mobiele machines zijn uiterlijk in 2040 uitstootvrij; nieuwe motoren, bromfietsen en scooters uiterlijk in 2035; nieuwe stadsbussen uiterlijk in 2030. Europese voertuigfabrikanten moeten voorop lopen in het toepassen van emissievrije technologie.
  • Tegengaan vervuiling luchtvaart. We zetten ons in voor het beëindigen van de mondiale btw- en accijnsvrijstellingen voor de luchtvaart. We voeren een Europese kerosinetaks en een veelvliegerstaks in. Het Europese emissiehandelssysteem (ETS) breiden we uit naar vluchten tussen de EU en derde landen. Ook andere emissies dan CO2 die bijdragen aan de opwarming van de aarde, zoals waterdamp, brengen we in rekening bij luchtvaartmaatschappijen. Daarnaast scherpen we de bijmengverplichting voor duurzame luchtvaartbrandstoffen aan. We stellen daarbij strikte eisen aan biobrandstoffen – geen voedsel in de tank, geen landroof – en versnellen de toepassing van e-fuels op basis van groene waterstof. Alle hernieuwbare brandstoffen moeten een verplicht duurzaamheidscertificaat hebben, dat ook sociale criteria bevat.
  • Uitfaseren korte vluchten. We schrappen vluchten binnen, van en naar de EU van minder dan 750 kilometer waarvoor de trein een alternatief is. Ook verbieden we privévluchten. Lidstaten krijgen meer speelruimte om het aantal vluchten van en naar hun luchthavens te verminderen. Voor een eerlijkere vergelijking met treinreizen dient de gepubliceerde reistijd voor vliegreizen ook de periode vanaf de aanbevolen aankomsttijd van de passagier op de luchthaven tot het moment van verwacht vertrek vanaf de luchthaven te omvatten.
  • Schonere scheepvaart. De verplichting voor grote zeeschepen om de uitstoot van broeikasgassen stapsgewijs te verminderen gaat ook gelden voor kleinere schepen, en voor de volledige uitstoot van tochten tussen de EU en derde landen. De accijnsvrijstelling voor fossiele scheepsbrandstof wordt geschrapt. We bevorderen de elektrificatie van de binnenvaart. Ook investeren we in innovaties in de scheepvaart om de CO2-uitstoot zo veel mogelijk te verminderen.