Groene en sociale industriepolitiek

Groene en sociale industriepolitiek

4.3 Groene en sociale industriepolitiek

Industriepolitiek

  • Groene en sociale industriepolitiek. We ondersteunen de opbouw van groene industrieën om het Europese verdienmodel van de toekomst veilig te stellen. Dat geldt onder meer voor de productie van (circulaire) zonnepanelen, warmtepompen, batterijen en andere hoogwaardige technologische producten voor de energietransitie. Voor de opschaling van deze technologieën is investeringszekerheid op lange termijn cruciaal. Daarom bieden we helderheid over de doelen en het beleid dat daarbij hoort en nemen we overbodige regels weg. Tegelijk werken we aan de verduurzaming of afbouw van vervuilende sectoren, zoals de staal-, kunstmest- en bio-industrie. Dat is ook goed voor volksgezondheid en dierenwelzijn. Aan publieke financiering stellen we strikte voorwaarden: ondersteuning moet leiden tot structurele werkgelegenheid waar vakmensen een zeker inkomen mee kunnen verdienen; ook afrekenbare klimaatplannen zijn hier onderdeel van.
  • Europese regie. De regie over de industriepolitiek wordt op Europees niveau gevoerd, op basis van ecologische, sociale en ruimtelijke criteria en in samenwerking met sociale partners. Zo voorkomen we dat elk land zijn eigen groene staalfabriek of batterijfabriek bouwt. Maar ook dat elk land zijn eigen industrie, ook als deze geen toekomst meer heeft, koste wat kost wil beschermen. De toenemende nationale staatssteun vergroot momenteel verschillen binnen Europa en komt nu vooral terecht bij vervuilende bedrijven. De beschikbaarheid van hernieuwbare energie, van secundaire of hernieuwbare grondstoffen en van ruimte in het licht van natuurherstel en zeespiegelstijging, alsmede de verdeling van werk en welvaart, wordt medebepalend voor de vestiging van industrie en de toelaatbaarheid van staatssteun. De Europese regie omvat ook de investeringen in infrastructuur voor transport en opslag van elektriciteit en waterstof. Ondernemen voor meer dan winst
  • Democratisering economie. Wij voeren een ander bestuursmodel voor bedrijven in, dat zich niet langer richt op aandeelhouderswaarde, maar op maatschappelijke en ecologische waarde. Daartoe krijgen alle stakeholders – van werknemers en consumenten tot omwonenden en de natuur – een formele stem of rol in het ondernemingsbestuur, via de Raad van Commissarissen of aandeelhouderschap. We stimuleren innovatieve bedrijfsmodellen, zoals coöperaties, waar deelnemers het beleid bepalen.
  • Ruim baan voor burgercollectieven. We maken de EU tot bondgenoot van burgers die de schouders zetten onder de ecologische transitie. In lijn met de wetgeving over energiegemeenschappen verplichten we lidstaten om ruim baan te geven aan burgercollectieven, van mobiliteits- tot voedselcoöperaties. We herzien interne marktregels, waaronder aanbestedingsregels, die de ontwikkeling van nieuw gemeengoed en publiek-civiele samenwerking in de weg zitten.
  • Aandeelhouderschap. We nemen maatregelen die langetermijnaandeelhouderschap stimuleren. Zo voert de EU een belasting in op financiële transacties, die speculatieve handel tegengaat en geduldig beleggen stimuleert. De snelle verkoop van aandelen wordt extra belast, net als de inkoop van eigen aandelen, terwijl de verkoop van aandelen na een langere tijd lager wordt belast. Langetermijnaandeelhouders krijgen een zwaardere stem en loyaliteitsdividend. Grote institutionele aandeelhouders en vermogensbeheerders worden verplicht om naast positief rendement ook een positieve impact van hun beleggingen op de maatschappij na te streven. De transparantie over stemgedrag van aandeelhouders wordt vergroot.
  • We delen de winst. Werkenden creëren de winsten van bedrijven. Daarom voeren we voor bedrijven met meer dan honderd werknemers een winstdelingsregeling in die we koppelen aan de winstuitkering voor aandeelhouders: hoe hoger de uitkering voor aandeelhouders, hoe hoger de uitkering voor werkenden.
  • Topinkomens. Werkgevers en werknemers maken in het ondernemingsbestuur afspraken over de hoogte van eventuele bonussen en de maximaal toelaatbare inkomensverschillen binnen de onderneming. Beloningen voor managers worden gekoppeld aan het behalen van duurzaamheidsdoelen. De Europese regelgeving ten aanzien van bonussen wordt afgestemd op het Nederlandse niveau voor de financiële sector van maximaal 20% van het vaste salaris.
  • Machtsposities en consumentenwelzijn. In het mededingingsrecht is consumentenwelzijn leidend, maar dit wordt nu te nauw geïnterpreteerd. Voortaan, bijvoorbeeld bij overnames en machtsconcentraties, toetsen we consumentenwelzijn niet langer alleen maar aan effecten op de laagste prijs, maar ook aan andere maatschappelijke effecten, zoals het effect op duurzaamheid, keuzevrijheid, privacy, de mate van concurrentie binnen een markt en mediavrijheid. De Europese Commissie en nationale handhavers krijgen meer mogelijkheden om agressieve overnames tegen te gaan en in te grijpen als bedrijven een dominante positie gebruiken om nieuwe markten te betreden.
  • Macht breken. Als een bedrijf een te grote machtspositie heeft, moet de Europese Commissie strenger op kunnen treden en de huidige structuren die machtsposities in de hand werken open kunnen breken, bijvoorbeeld met verplichte interoperabiliteit, het vrijgeven van patenten, verplichte optie tot behoud van bankrekeningnummer, of het verplicht delen van nietpersoonlijke data. De Europese Commissie moet, waar nodig, bedrijven kunnen opbreken. Grondstoffen in kringloop houden.
  • Circulair Europa. We maken de EU tot koploper in circulariteit. In 2050 hebben we een volledig circulaire economie. Met het sluiten van kringlopen sparen we grondstoffen en energie, beschermen we de biodiversiteit binnen en buiten Europa, verminderen we de importafhankelijkheid van de EU, dringen we vervuiling terug en brengen we klimaatneutraliteit dichterbij.
  • Weg van de wegwerpeconomie. In het grondstoffenbeleid zetten we het afzien van producten voorop, gevolgd door intensiever gebruik (delen), verbetering van de materiaalefficiëntie, verlenging van de levensduur, hergebruik, reparatie en recycling.
  • Ecodesign voor circulariteit. Op basis van de nieuwe wetgeving over ecologisch ontwerp stellen we voorschriften op voor alle producten die gemaakt of verkocht worden in de EU. Ecodesign omvat onder meer het uitfaseren van giftige stoffen; het vervangen van schaarse door meer gangbare grondstoffen; het gebruik van een oplopend percentage gerecyclede grondstoffen; een verplichte minimum levensduur en een verbod op geplande veroudering; repareerbaarheid en recyclebaarheid.
  • Strengere regels voor chemicaliën. De Europese wetgeving over chemicaliën wordt aangescherpt: bedrijven mogen stoffen pas gebruiken of op de markt brengen als zij vooraf aantonen dat deze veilig zijn voor mens en natuur. PFAS worden onmiddellijk verboden, andere onafbreekbare giftige stoffen op korte termijn. We beschermen werknemers beter tegen het werken met gevaarlijke stoffen. Milieu-, gezondheids- of financiële schade aangericht door illegale dumpingen of uitstoot van PFAS wordt verhaald op de vervuiler.
  • Minder microplastics. Ecodesignvoorschriften stellen een strenge limiet aan het vrijkomen van microplastics uit kleding. Daarmee wordt het gebruik van synthetisch textiel afgeremd. In nieuwe wasmachines worden filters die microplastics opvangen verplicht. Er komt een verbod op microplastics in alle cosmetica en schoonmaakmiddelen.
  • Kritieke grondstoffen. Op kritieke grondstoffen, die schaars maar onmisbaar zijn, zijn we extra zuinig. We diversifiëren de toeleveringsketens van deze grondstoffen en zien streng toe op maatschappelijk verantwoord ondernemen.
  • Metaalmijnbouw. De energietransitie vraagt veel metalen. We zorgen ervoor dat de bedrijven die deze metalen winnen en importeren hun zorgplicht voor mens en natuur (gaan) naleven. Daarbij hoort dat lokale gemeenschappen zeggenschap krijgen en baat hebben bij mijnbouw. Dat geldt ook voor de winning van kritieke metalen in Europa. We dragen zorg voor veilige arbeidsomstandigheden. Mijnbouwmachines worden uitstootvrij.
  • Biogrondstoffen. We geven sturing aan de biobased economy. Fossiele en andere eindige grondstoffen worden zoveel mogelijk vervangen door duurzame plantaardige alternatieven, zonder de voedselvoorziening in gevaar te brengen. Hoogwaardige toepassingen van biogrondstoffen hebben voorrang boven het gebruik als energiebron.
  • Circulair en biobased bouwen. We stimuleren circulair en biobased bouwen. We ondersteunen de opschaling van de productie van biomaterialen voor isolatie van woningen. We stellen een maximum aan de materiaalgebonden CO2-uitstoot van nieuwbouw, waardoor hergebruik van materialen en de toepassing van biobased materialen een impuls krijgen. Gebouwen krijgen een materialenpaspoort om hergebruik te vergemakkelijken.
  • Einde aan fast fashion, wegwerpelektronica en wegwerpplastic. Om te bevorderen dat producten zoals kleding, meubels en elektronica van goede kwaliteit zijn en lang meegaan, verlengen we garantietermijnen en maken we het voor consumenten gemakkelijker om hun recht op garantie uit te oefenen. Reparatie heeft de voorkeur boven vervanging. Ook breiden we het verbod op plastic wegwerpartikelen uit.
  • Recht op reparatie. De EU voert het afgesproken recht op reparatie in en breidt het recht uit naar alle producten. Een reparatiescore voor producten stelt consumenten in staat duurzame keuzes te maken. Consumenten moeten dit recht in de praktijk snel en eenvoudig kunnen opeisen, en moeten ook in staat zijn om zelf reparaties uit te voeren. Hiervoor moet uitgebreide documentatie beschikbaar worden gemaakt. Na afloop van de garantie moet reparatie betaalbaar zijn. Daartoe bevorderen we dat lidstaten de btw op reparaties verlagen.
  • Mondiaal plasticverdrag. We ijveren voor een mondiaal plasticverdrag dat de productie van plastic aan banden legt, de toepassingen ervan beperkt en een eind maakt aan vervuiling door plastic.
  • Steun voor circulaire koplopers. Afval dat geschikt is voor recycling mag niet langer gestort of verbrand worden. We geven meer steun aan circulaire koplopers bij kennisuitwisseling, het samenwerken in circulaire ketens en het verkrijgen van de einde-afvalstatus voor grondstoffen die op veilige wijze hergebruikt of gerecycled kunnen worden.
  • Verantwoordelijkheid producenten. De uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, die fabrikanten en importeurs verantwoordelijk maakt voor inzameling en recycling van afgedankte producten, wordt verbreed naar onder meer kleding en meubels. Inzamelings- en recyclingdoelen worden stapsgewijs aangescherpt; ze mogen hergebruik niet in de weg staan. Gemeenten, reparatie- en recyclingbedrijven en ngo’s krijgen een stem in de organisaties voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.
  • Milieulabel. Consumenten dienen volledig geïnformeerd te worden over de milieu-impact van producten met een verplicht milieulabel. Hiervoor wordt de product-milieuvoetafdruk (PEF) de standaard. Voor producten waar de PEF niet op van toepassing is, komt de Europese Commissie met standaarden per productcategorie.
  • Retourpremie. Er komt een retourpremie voor alle elektronica, inclusief batterijen, en voor kleding.
  • Stop afvalexport. We stoppen met de export van afval naar landen buiten de EU.
  • Diepzeemijnbouw op pauze. We maken ons sterk voor een internationaal moratorium op diepzeemijnbouw zolang de effecten daarvan onvoldoende zijn onderzocht. Eerst moet worden aangetoond dat delfstoffenwinning op de oceaanbodem samen kan gaan met de effectieve bescherming van het milieu, de biodiversiteit en de koolstofopslag van de oceanen.