6.6 Een rijk aanbod aan kunst en cultuur

  • De waarde van kunst en cultuur. Kunst en cultuur is van onschatbare waarde voor onze samenleving. Het bereiken van groepen, die nu nog nauwelijks toegang hebben tot kunst en cultuur is van het grootste belang. Juist in een samenleving waar onderling vertrouwen en respect in zwaar weer verkeert, is kunst en cultuur uiterst belangrijk als stimulator van geloof in en respect voor wat mooi en goed is. Kunst en cultuur moet naast overdracht van cultureel erfgoed ook ruimte geven aan kunst, die schuurt en uitnodigt tot debat.
  • Ruim aanbod van culturele voorzieningen. We investeren in de culturele en creatieve sector, niet alleen via het Rijk, maar ook via gemeenten en provincies. Cultuurparticipatie, amateurkunst en muziekverenigingen ondersteunen we extra. Wij hechten grote waarde aan regionale spreiding van culturele voorzieningen en subsidies. We zetten in op een toereikend veld van kleinere laagdrempeligere productiehuizen, die naast grote instellingen essentieel zijn voor de vitaliteit van de cultuursector en voor de toegankelijkheid voor het (regionaal) publiek.
  • De bibliotheek voor iedereen. Wij stellen de toegankelijkheid, bereikbaarheid en kwaliteit van de bibliotheek voor de langere termijn veilig. We maken het basisabonnement van de bibliotheek gratis voor iedereen. Bibliotheken gaan samenwerken met scholen om daar een wisselende en hoogwaardige collectie boeken te garanderen. We houden vast aan de plannen om een zorgplicht voor gemeenten in te voeren die voorschrijft dat in iedere kleine gemeente of grootstedelijke buurt met kansenongelijkheidsproblemen een bibliotheek moet zijn.
  • Een eerlijkere beloning voor makers. Wij willen fair pay & fair practice als norm hanteren binnen de culturele sector. Bij het verstrekken van subsidies, zowel door de rijksoverheid, provincies als gemeenten, zal fair pay & fair practice een bindende voorwaarde zijn. Subsidies moeten zodanig geoormerkt worden dat deze direct terechtkomen bij makers en uitvoerenden. Een eerlijke beloning voor cultuurwerkers, docenten, kunstenaars, scheppend en uitvoerend, staat hoog op onze agenda om de sociale positie van de kunstenaars te versterken. Zoals in hoofdstuk 2 aangegeven, creĂ«ren we een collectieve arbeidsongeschiktheidsverzekering en pensioen voor alle werkenden, waar ook culturele zelfstandige (zzp’ers) onder vallen.
  • Eenvoudigere en langetermijnsubsidies. We gaan uit van vertrouwen en creatieve vrijheid. We versoepelen de voorwaarden en verantwoordingseisen van pro­jectsubsidies, verlagen en verkorten de aanvraagprocedures en breiden de mogelijkheden uit om mondeling subsidie aan te vragen. We willen dat fondsen de mogelijkheden uitbreiden om bij kleinere bedragen direct kunstenaars laagdrempelig te financieren. Voor structurele financie­ring maken we het mogelijk om voor acht jaar – in plaats van vier jaar – subsidie aan te vragen. We creĂ«ren in de subsidieregelingen ruimte voor experiment in de cultuursector en geven kunstenaars de vrijheid en de kans om te experimenteren en te innoveren.
  • Investeringen in Nederlandse culturele producten. We stimuleren de Nederlandse creatieve maakindustrie met fiscale voordelen en een fonds dat leningen verstrekt aan Nederlandse producties. Voor commerciĂ«le online-exploitanten voeren we een exploitatieheffing in over de inkomsten van onder meer streamingabonnementen. We houden vast aan het lage btw-tarief van 9% voor cultuur en media. Wij willen de culturele sector ondersteunen bij het benutten van digitale mogelijkheden voor kunstproductie, -verspreiding en -beleving. Tegelijkertijd zullen we aandacht besteden aan de bescherming van auteursrechten en de privacy van kunstenaars en consumenten. Wij willen vaste plekken door het hele land realiseren waar we makers van kunst en cultuur tegen een betaalbare prijs kunnen ondersteunen. Wij waarborgen dat deze plekken – ook op termijn – bereikbaar blijven voor de makers van kunst en cultuur.
  • Rijksmusea Ă©Ă©n dag per maand gratis. Om iedereen kans te geven om onze Rijksmusea te bezoeken, worden ze Ă©Ă©n dag per maand gratis toegankelijk.
  • Inclusieve cultuur. We willen alle mensen, alle inkomensgroepen, alle leeftijden en alle levensovertuigingen bereiken. Wij voeren actief beleid om diversiteit binnen culturele instellingen en organisaties te bevorderen. We maken de naleving van de Code Diversiteit en Inclusieven voorwaarde voor het ontvangen van subsidie. Daarnaast streven we naar een culturele sector die een afspiegeling is van alle culturele stromingen en daarbij toegankelijk is voor iedereen. Wij bevorderen de culturele uitwisseling met ander landen en culturen om diversiteit te vieren en gezamenlijke uitdagingen aan te gaan. We zorgen dat musea zich actief inzetten om roofkunst uit hun collectie terug te geven. Hierbij is onderhandeling mogelijk, maar moeten de wensen van de rechtmatige eigenaars leidend zijn.
  • Talentontwikkeling en perspectief voor jonge kunstenaars beleid. Jonge kunstenaars verdienen de kans om hun talenten te ontwikkelen en door te groeien. Overheden en productiefondsen gaan talentontwikkeling stimuleren door jonge kunstenaars opdrachten aan te bieden. Wij bevorderen samenhangende lokale talentroutes, zodat jongeren de weg naar het professionele podium (muziek, dans, theater, beeldende kunst) kunnen bewandelen. Om te voorzien in lokale cultuureducatie en – participatie bevorderen we de heroprichting van publiek gesubsidieerde muziekscholen en centra voor kunstzinnige vorming. Het onderwijs hier wordt gegeven door gekwalificeerde (vak)docenten die in loondienst zijn.
  • Meer cultuuronderwijs voor scholieren. We zorgen ervoor dat kinderen veel in contact komen met cultuur, zoals theater, dans­voorstellingen en concerten. Dat doen we door een verhoging van het budget voor de cultuurkaart. Scholen krijgen middelen om vakleraren in te zetten voor cultuuronderwijs en we versterken de samenwerking van scholen en kunstopleidingen met de culturele sector.
  • Geen winst op doorverkoop tickets. We verbieden de bedrijfsmatige doorverkoop van tickets en we leggen de variabele beprijzing aan banden.
  • Aandacht voor regionale cultuur. We investeren in instituten voor de bescherming en bevordering van regionale talen en dialecten. Daarnaast geven we provincies de opdracht om onderwijsrichtlijnen te ontwikkelen met betrekking tot de regionale taal, cultuur en geschiedenis. Deze richtlijnen moeten ruimte laten voor scholen om een lokale invulling aan te geven.
  • We zorgen voor cultuur erfgoed. Wij hechten waarde aan het behoud van ons cultureel erfgoed. Door extra middelen vrij te maken voor, en te investeren in, restauratie en behoud van monumenten, historische gebouwen en archeologische vindplaatsen, kunnen we – vanuit dit historisch besef – ons rijke verleden behouden en beschermen voor toekomstige generaties. Wij garanderen het voortbestaan van Nederlandse topinstellingen in de culturele sector, waaronder de symfonische orkesten.
  • We verrijken de openbare ruimte. Kunst in de openbare ruimte verrijkt onze leefomgeving en draagt bij aan de identiteit van onze steden en dorpen. Wij willen de kunst in de openbare ruimte bevorderen.