7.4 Internationale samenwerking voor bestaanszekerheid en verduurzaming

  • Internationale klimaatrechtvaardigheid. Landen die het hardst getroffen worden door de gevolgen van klimaatverandering, zijn vaak de landen die zelf het minst aan het probleem hebben bijgedragen Ć©n die het minst in staat zijn zichzelf ertegen te beschermen. Nederland zet zich actief in voor klimaatrechtvaardigheid en houdt zich in ieder geval aan de gemaakte afspraken over de betalingen aan landen in het mondiale zuiden om klimaatverandering en de gevolgen daarvan tegen te gaan. Nederland gaat additioneel geld vrijmaken voor het klimaatschadefonds dat is afgesproken bij de klimaattop in 2022. Ook gaat Nederland een leidende rol spelen in de overdracht van duurzame technologie naar ontwikkelende landen. De vraag naar grondstoffen en groene energie in Nederland en Europa mag zuidelijke landen niet ondermijnen in het behalen van sociale- en milieudoelstellingen, waaronder de lokale energietransitie.
  • Vergroening buitenlands beleid. Vergroening van het buitenlands beleid krijgt hoge prioriteit. De Minister van Buitenlandse Zaken is verantwoordelijk voor het internationaal klimaat- en biodiversiteitsbeleid. Nederland stelt bovenop de 0,7% bnp voor ontwikkelingssamenwerking additioneel financiĆ«le middelen beschikbaar ter ondersteuning van klimaatbeleid in landen wereldwijd. Deze financiĆ«le middelen gaan met prioriteit naar de meest kwetsbare landen en groepen. Met het oog op een rechtvaardige klimaattransitie haalt Nederland de banden aan met landen wereldwijd. Winning en verhandeling van strategische grondstoffen vindt plaats tegen eerlijke prijzen en binnen in internationale verdragen vastgelegde normen voor de bescherming van mens en milieu. Nederland speelt bij de totstandkoming van dergelijke afspraken een voorhoederol.
  • Gelijkwaardige partnerschappen. We moderniseren de ontwikkelingssamenwerking, zodat deze past bij een nieuwe wereld met gelijkwaardige partnerschappen. We gaan sterker af op de behoeften van landen zelf en praten daarbij niet alleen met regeringen, maar ook met het maatschappelijk middenveld en de meest kwetsbare groepen. We zetten ons in voor het maken van afspraken over kwijtschelding van de torenhoge schuldenlast van de armste landen, waaraan we wel voorwaarden verbinden.
  • Ontwikkelingsbudget op peil. We besteden minstens 0,7% van ons bruto nationaal inkomen aan internationale samenwerking, conform de internationale norm. We zorgen voor meer zekerheid over het budget dat werkelijk aan internationale samenwerking ten goede komt, en voorkomen zo de huidige praktijk dat ieder jaar een fors en wisselend deel uit het budget wordt besteed aan andere doelen, zoals de eerstejaarsopvang van asielzoekers in Nederland. Het budget ontwikkelingssamenwerking wordt daarom losgekoppeld van fluctuaties in het budget voor asielopvang. Klimaatsteun voor ontwikkelende landen en compensatie voor klimaatschade komen uit additioneel klimaatbudget, niet uit het internationale samenwerkingsbudget. Binnen de EU ijveren we voor een solidariteitspact waarin wordt vastgelegd dat lidstaten niet alleen hun defensie-uitgaven, maar ook de bestedingen aan internationale samenwerking, internationale klimaatsteun en compensatie voor klimaatschade laten stijgen totdat de EU en de lidstaten aan de internationale afspraken voldoen. Zo dragen we bij aan het aanpakken van de grondoorzaken van conflicten, instabiliteit en gedwongen migratie. We moedigen aan dat Nederlandse en Europese bedrijven bijdragen aan ontwikkeling van arme landen, maar we stoppen met het beleid ontwikkelingsgeld in te zetten om het Nederlands bedrijfsleven te spekken. We geven alleen ongebonden hulp.
  • Geen economische zonder sociale ontwikkeling. We voeren om sociale ontwikkeling te bevorderen een breed en geĆÆntegreerd beleid, met internationale samenwerkingsmiddelen als belangrijk instrument. Belangrijke prioriteiten waar we via die brede inzet aan willen bijdragen zijn: armoedebestrijding en versterking van de positie van vrouwen en LHBTQIA+-mensen (incl. seksuele en reproductieve rechten) en andere gemarginaliseerde groepen; voedselzekerheid, aanpassing aan klimaatverandering en hernieuwbare energie; opvang en perspectief voor vluchtelingen en humanitaire hulp om tegemoet te komen aan de toenemende noden wereldwijd. We trekken lessen uit decennia ontwikkelingswerk: we zetten in op maximale effectiviteit, verminderen de versnippering en letten scherper op onbedoelde neveneffecten van ontwikkelingsprojecten. We streven naar bredere coalities: overheid, maatschappelijke spelers, bedrijven en andere stakeholders werken samen om maximale synergie te creĆ«ren voor ontwikkelingsdoelen.
  • Over de domeinen heen. We maken meer werk van beleidscoherentie voor ontwikkeling. We toetsen het beleid van alle ministeries aan de VN ontwikkelde Sustainable Development Goals (SDGā€™s) en passen het zo nodig aan. Wat we met de ene hand geven, mogen we niet met de andere hand wegnemen. Daarom zorgen we er onder andere voor dat Nederland niet langer een draaischijf is voor belastingontwijking door multinationals.
  • Voorbereiden op pandemieĆ«n. We maken ons sterk voor een eerlijke toegang tot geneesmiddelen en vaccins, onder meer door het opschorten van octrooien, het delen van kennis en technologie in samenwerking met de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en het verlenen van steun aan de opbouw van productiecapaciteit in het mondiale Zuiden. Dit is ook onze inzet bij de onderhandelingen over een internationaal pandemieverdrag. Dit verdrag moet tevens het risico op overdracht van besmettelijke ziekten van dier op mens verkleinen, op basis van de one health-benadering: de gezondheid van mensen is verweven met die van dieren en ecosystemen. Ook pleiten we binnen de EU voor een solide uitwerking van het noodplan voor voedselvoorziening en -zekerheid in tijden van crises, zoals pandemieĆ«n. Bij het bestrijden van pandemieĆ«n dient een zorgvuldige en transparante afweging van mensenrechten te worden gemaakt.
  • (Inter)nationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen en duurzame handel. Bedrijven worden geacht te opereren binnen de grenzen van onze planeet en te voldoen aan mensen- en kinderrechten verdragen. Om bedrijven te stimuleren meer inzicht te krijgen in hun waardeketens en eventuele misstanden daarin te voorkomen, komt er een Nederlandse wet voor internationaal duurzaam en verantwoord ondernemen. Deze wet dient in lijn te zijn met de door de OESO opgestelde richtlijn voor de zorgplicht van bedrijven. Dat doen we door de initiatiefwet waar het parlement zich momenteel over buigt zo snel mogelijk aan te nemen. Ook zetten we ons in voor vooruitstrevende Europese regelgeving op dit gebied. We stoppen met fossiele exportsteun en diplomatieke steun aan fossiele projecten. De EU bevordert dat bedrijven die EU-steun ontvangen verduurzamen. We blijven ons ervoor inzetten dat de EU uit het Energiehandvestverdrag stapt. Daarnaast voert Nederland nationale IMVO-wetgeving invoeren om bedrijven te verplichten de schadelijke impact op mensenrechten en kinderrechten aan te pakken. Deze wetgeving moet in lijn zijn met internationaal afgesproken normen van de OESO en de Verenigde Naties. Er mogen geen uitzonderingen zijn voor bepaalde bedrijfssectoren, zoals de financiĆ«le sector.
  • Vernieuwde handelsverdragen. We zetten ons in voor de ontwikkeling van een nieuw EU-handelsbeleid, dat eerlijke en groene voorwaarden stelt aan handelsafspraken, in lijn met de Parijs-doelen. We staan open voor nieuwe EU-handelssamenwerking met landen wereldwijd. Verdragen moeten afdwingbare bepalingen over democratie, mensenrechten, arbeidsomstandigheden, milieu, klimaat, natuur, voedselstandaarden en eerlijke belastingafdrachten een stap dichterbij brengen. Investeerders krijgen geen speciale behandeling.
  • Handel met opkomende economieĆ«n. We willen landen wereldwijd meer kansen geven om zelf waarde toe te voegen aan hun grondstoffen en zo ook onze eigen handelsstromen diversifiĆ«ren. Op basis van kennisdeling wordt het mondiale Zuiden bijvoorbeeld in staat gesteld om zelf batterijen of vaccins te produceren. De grondstoffenpartnerschappen die de EU sluit moeten de binnenlandse verwerking van grondstoffen en de daarmee samenhangende ontwikkeling van hernieuwbare energie en verantwoorde recycling bevorderen, lokaal eigenaarschap versterken en fatsoenlijke banen scheppen. Importheffingen mogen bewerkte producten niet zwaarder belasten dan onbewerkte producten. Winning en verhandeling van strategische grondstoffen vindt plaats tegen eerlijke prijzen en binnen in internationale verdragen vastgelegde normen voor de bescherming van mens en milieu. Nederland speelt bij de totstandkoming van dergelijke afspraken een voorhoederol.
  • Hervorming WTO. We zetten ons in voor het hervormen van de regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank, zodat de belangen van multinationals, de rijkste landen en grootgrondbezitters in het mondiale Zuiden niet langer domineren. Er komt meer ruimte voor landen in het mondiale Zuiden om hun eigen economieĆ«n beschermd te ontwikkelen. Milieu- en natuurbescherming, fundamentele arbeidsnormen, mensenrechten, voedselzekerheid, voedselveiligheid en dierenwelzijn worden beter verankerd in de WTO-regels.
  • Biodiversiteit in internationaal verband. Nederland maakt actief werk van de uitvoering van het vorig jaar gesloten biodiversiteitsakkoord (Kunming-Montreal Global Biodiversity Framework) en het akkoord ter bescherming van de oceanen. In nationale actieplannen wordt opgenomen hoe Nederland wil gaan voldoen aan de afspraken. Nederland neemt internationale initiatieven ter bescherming van het regenwoud, voor het behoud van wereldwijde biodiversiteit en bij het tegengaan van verwoestijning. Er moet een Europees verbod komen op investeringen die biodiversiteit en ecosystemen hier of elders in de wereld ernstige schade toebrengen. We willen de voedselmarkt beter reguleren zodat er minder waarde verloren gaat aan tussenpersonen en biodiversiteit en milieu beter beschermd worden.
  • Strijd tegen ontbossing. De Europese ontbossingsverordening gaat voortaan ook gelden voor financiĆ«le instellingen. De verordening moet uitgebreid worden zodat producten die leiden tot ernstige natuurverwoesting en schending van de daarmee gepaarde mensenrechten, waar dan ook ter wereld, verboden worden op de EU-markt. Nederland maakt strikte afspraken over het stoppen van overmatige houtkap, de bescherming van oude bomen in een natuurlijker bos en het stoppen van bodemverstoring. Ook erkennen we ecocide in het nationale en internationale strafrecht. We investeren internationaal in formalisering van landrechten van inheemse en lokale bevolking en bevorderen bosbeheer door deze gemeenschappen als invulling van klimaat- en biodiversiteitsdoelen.