5.2 Een toekomst van natuurinclusieve landbouw en voedsel

  • Een goedbelegde boterham voor boer en consument. We geven prioriteit aan bescherming en herstel van natuur in natuurgebieden, dorpen en steden en rondom agrarische activiteiten. We kiezen voor natuurinclusieve en dierwaardige landbouw en de mogelijkheid voor boeren om voldoende geld te verdienen met activiteiten die bijdragen aan natuurherstel en dierenwelzijn. Door hoge grondprijzen staat het verdienmodel van veel boeren onder druk. Daarom richten we een Nationale Grondbank op die bij bedrijfsbeĆ«indiging het recht op eerste koop krijgt van grond en dieren- en emissierechten, waarna dit verpacht wordt aan boeren om bijvoorbeeld een voedselgemeenschap te starten of voor natuurinclusieve landbouw (zie uitgebreider voorstel bij ā€˜De gemeenschap aan het roerā€™). Om jonge agrariĆ«rs voor te bereiden op een toekomst met perspectief, wordt het agrarisch en groen onderwijs hierop aangepast. Zo zullen stages, lesmateriaal en informatiemomenten gericht zijn op het uitvoeren van duurzame, natuurinclusieve en dierwaardige kringlooplandbouw. We houden daarbij rekening met klimaatverandering en agrarisch handelen in evenwicht met de natuur.
  • Genoeg voedsel door groene boeren te belonen. We kiezen voor hoogwaardige productie, bestemd voor de Nederlandse consument en de regio, en in balans met de natuur en met respect voor het dier. We stimuleren kennisontwikkeling over biologische, natuurinclusieve, dierwaardige, gifvrije kringlooplandbouw en maken deze kennis beter toegankelijk voor koplopers en boeren die willen omschakelen. Met subsidies stimuleren we de omschakeling naar duurzamere vormen van landbouw, zoals biologische landbouw en dierwaardige natuurinclusieve kringlooplandbouw en activiteiten als voedselbossen, voedselgemeenschappen en korte ketens rond steden en dorpen. We creĆ«ren een beter verdienmodel voor boeren, met beloningen voor agrarisch natuurbeheer, landschapsbeheer, CO2-opslag en waterberging. De positie van coƶperaties en samenwerkingsverbanden van duurzame boeren versterken we ten opzichte van toeleveranciers, voedselverwerkers en supermarktketens. Voor onze internationale agenda geldt dat Nederlandse landbouw wereldwijd koploper is en blijft, maar dan met een nieuwe koers: agrarische sector, agribusiness en wetenschap ontwikkelen een roadmap voor agro-ecologische landbouw in Nederland en daarbuiten.
  • Geen slot meer op het land. Als de stikstofuitstoot daalt, reserveren we een vast deel van de vrijkomende stikstofruimte voor woningbouw en investeringen in de energietransitie. We onderzoeken de mogelijkheid om voorwaardelijke, gebiedsspecifieke drempelwaardes in te voeren voor essentiĆ«le projecten als woningbouw en de energietransitie. We vragen een evenredige bijdrage van alle sectoren bij het terugdringen van stikstofuitstoot en het bijdragen aan het omschakelfonds. We zoeken een oplossing voor de zogenaamde PAS-melders, interimmers, biologische boeren in en nabij natuurgebieden en andere knelgevallen.
  • Gerichte uitkoop. Om de natuur te laten herstellen is het van belang grote vervuilers dicht bij natuurgebieden uit te kopen. We zetten in op een actief uitkoopbeleid. Als niet genoeg boeren op vrijwillige basis meedoen, zijn we ook bereid om boeren verplicht uit te kopen. Als we inzetten op normeren en beprijzen, zijn bovendien minder royale subsidies en uitkoopregelingen nodig. We stoppen met subsidies aan de veehouderij voor onbewezen technologische innovaties.
  • Minder vervuilende landbouw. We kiezen voor de invoering van een graslandnorm en romen dierrechten af. Daarbij concentreren we ons in eerste instantie op overgangsgebieden rondom natuurgebieden en weidevogelkerngebieden. Het uitgangspunt is dat vervuilende boeren betalen voor hun uitstoot. De opbrengsten gebruiken we voor investeringen in verduurzaming. Voor de landbouw wordt uitstoot belast en koolstofvastlegging beloond. De opbrengst vloeit terug naar het transitiefonds voor de verduurzaming van de landbouw. Daarbij willen we boeren de vrijheid geven om zelf te bepalen op welke manier ze hun uitstoot terugdringen. Om natuur, klimaat en grondstoffen te sparen, worden kunstmest en chemische pesticiden zo snel mogelijk uitgefaseerd. De recycling van fosfaat en andere nutriĆ«nten uit rioolwaterzuiveringsslib wordt verplicht. We steunen een voortvarende aanpak binnen de EU en voeren een nationale heffing op schadelijke bestrijdingsmiddelen in, waarvan de opbrengst wordt gebruikt om boeren te helpen minder chemische middelen te gebruiken. Zowel de landbouw als overheden en particulieren stoppen met het gif glyfosaat.
  • Meer en betaalbaar biologisch voedsel in de winkel. We zetten supermarkten in beweging om een oplopend percentage producten uit biologische landbouw en andere vormen van duurzaam geproduceerd voedsel te verkopen. We stimuleren de ontwikkeling en de opschaling van de productie van ā€˜cellulaire landbouwā€™ (precisiefermentatie en kweekvlees). We bevorderen de eiwittransitie, met als tussendoel dat in 2030 onze eiwitten voor 60% uit plantaardige bron komen en voor 40% uit dierlijke bron.
  • Een publieke voorziening voor goed eten. We beginnen met de landelijke uitbouw van een nieuwe publieke voorziening voor goed en betaalbaar eten, in lijn met de initiatieven van de Volkskantine. Zoals de bibliotheek lezen toegankelijk maakt, zo maakt deze basisvoorziening goed en gezond eten toegankelijk. Voor snackbarprijzen kunnen mensen hier biologische, plantaardige en verse gerechten kopen met ingrediĆ«nten die worden ingekocht bij lokale boeren. Buurtbewoners krijgen zoveel mogelijk zeggenschap en inspraak in de precieze vormgeving per locatie.
  • Een Europees circulair voedselsysteem. We maken ons sterk voor omvorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid van de EU tot een Gemeenschappelijk Voedselbeleid. Daarbij zet de EU al haar beleidsinstrumenten in om te bouwen aan een circulair voedselsysteem dat ecologische grenzen respecteert, bodemkwaliteit en biodiversiteit verbetert, anticipeert op klimaatverandering, dierenwelzijn waarborgt, de eiwittransitie versnelt, gezond en betaalbaar voedsel biedt aan consumenten en een eerlijke beloning oplevert voor duurzame en biologische boeren. We bouwen de subsidies voor de productie van dierlijke producten af. De huidige inkomenssteun aan boeren vervangen we door steun aan biologische en natuurinclusieve kringlooplandbouw, beloningen voor de maatschappelijke diensten die boeren leveren en ondersteuning van een gezonde voedselomgeving.We houden vast aan de strenge Europese regels voor transgenetische modificatie van landbouwgewassen. Voor gewassen die gemodificeerd zijn zonder soortvreemd DNA (cisgenese), bijvoorbeeld met de CRISPR-Cas-techniek, bepleiten we een Europese toets op maatschappelijke waarde. Ook zetten we ons in voor handhaving van de etiketteringsplicht.
  • Einde aan de bio-industrie. Alle huisvesting voor landbouwdieren moet uiterlijk in 2030 voldoen aan de hoogste normen voor dierenwelzijn en volksgezondheid. Kooien worden afgeschaft. Nieuwe stallen staan we enkel toe ter vervanging van oude stallen of als dat nodig is voor verplaatsing van bedrijven, waarbij de nieuwe stallen moeten voldoen aan de hoogste normen voor dierenwelzijn en het aantal dieren niet toeneemt. In slachthuizen komt verplicht cameratoezicht en de maximale duur van diertransporten wordt verkort. Weidegang voor grazende dieren en uitloop voor varkens en pluimvee worden verplicht. Om het risico op nieuwe zoƶnosen te verkleinen, worden pluimveehouderijen nabij waterrijke natuur beĆ«indigd of verplaatst. Ook voeren we een afstandscriterium in voor grote concentraties landbouwdieren tot landbouwdieren van een andere soort, of tot woonwijken. Dit alles moet leiden tot een forse verkleining van de veestapel in Nederland. Daar waar mogelijk willen dit borgen in wetgeving. In Europa zet Nederland zich in voor een ambitieuze herziening van de EU-dierenwelzijnswetgeving.
  • Handhaving dierenwelzijnsregels. In lijn met de Wet dieren staan we niet langer toe dat dieren worden onderworpen aan lichamelijke ingrepen om ze aan te passen aan het stalsysteem, zoals het couperen van varkensstaarten. We gaan het Beter Leven-keurmerk opleggen aan supermarkten en de industrie, waarbij in 2030 alleen producten in de schrappen liggen met minimaal twee sterren en per 2040 met drie sterren. Dierenfokkers en handelaren mogen alleen werken met een vergunning. We leggen vermaak met dieren, zoals het gebruik van dieren in tentoonstellingen en shows, aan banden en scherpen het toezicht aan om misstanden te voorkomen. De handel en import van dieren die in Nederland niet mogen worden gefokt worden verboden. Het tentoonstellen en verhandelen van honden en katten die in Nederland niet mogen worden gefokt, wordt verboden. Tarieven voor de behandeling door de dierenarts worden wettelijk gereguleerd. We stimuleren de transitie naar proefdiervrij onderzoek, waarbij dierproeven toegestaan zijn mits het de enige manier is om een substantiĆ«le verbetering van de volksgezondheid te bereiken. Voor plezierjacht is geen plaats meer, beheerjacht staan we alleen toe bij bedreiging van de volksgezondheid, veiligheid of biodiversiteit en als bewezen is dat andere diervriendelijke alternatieven niet werken. Overbevissing gaan we wereldwijd tegen, zoveel mogelijk in Europees verband. We faseren zware sleepnetvisserij uit en creĆ«ren meer visserijvrije zones. Dierenwelzijnsregels gaan ook gelden voor vissen in kwekerijen en voor de wildvang komt budget oor welzijnsonderzoek.