Het Europees Hof van Justitie oordeelde vandaag dat de Hongaarse zogenoemde ‘anti-lhbti-wet’ in strijd is met de basiswaarden van de Europese Unie. Een mijlpaal voor de lhbti-gemeenschap in Europa. Het is de eerste keer in de geschiedenis dat het Hof een nationale wet toetst aan artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, dat fundamentele Europese waarden als menselijke waardigheid, vrijheid, gelijkheid en eerbiediging van de mensenrechten verankert. Orbáns anti-lhbti-wet gaat dus lijnrecht tegen Europees recht en de identiteit van de Unie in.
De uitspraak volgt nadat de Europese Commissie naar het Hof stapte omdat aftredend premier Viktor Orbán via wetgeving het promoten of afbeelden van een genderidentiteit of -expressie die niet overeenkomt met het geboortegeslacht, geslachtsverandering of homoseksualiteit, verbood. De toenmalige Hongaarse regering rechtvaardigde de wet als bescherming van minderjarigen, maar het Hof stelt zoals verwacht dat deze redenering juridisch niet houdbaar is. Ook maakt het Hof duidelijk dat de identiteit van de EU gebaseerd is op pluralistische samenlevingen, en dat lidstaten daar niet aan mogen tornen.
Voor de lhbti-gemeenschap in Europa is dit een mijlpaal. De anti-lhbti-wet was bovendien de juridische basis voor het Pride-verbod, welke door deze uitspraak definitief onhoudbaar is. Goed nieuws dus voor de burgemeester van Boedapest en de organisatie achter Pecs Pride, die vervolgd werden voor het organiseren van een Pride. Kim van Sparrentak, Europarlementariër namens PRO, is blij dat het hof zo duidelijk is. ‘’Met dit vonnis erkent het Hof dat vrijheid en gelijkheid van lhbti’ers een fundamentele waarde is van de EU, die waar nodig afgedwongen kan worden door het Europees Hof van Justitie. De ruimte voor lhbti’ers in (school)boeken, prides, tv-programma’s en simpelweg in het openbaar mag niet worden ingeperkt in heel de EU. Een overwinning voor de rechtsstaat én voor de lhbti-gemeenschap in Hongarije.”
Deze uitspraak heeft verregaande gevolgen voor Hongarije. De lidstaat wordt verplicht de wet in te trekken of aan te passen, op straffe van financiële sancties. Het arrest versterkt bovendien het precedent dat lidstaten die structureel afwijken van de EU-grondwaarden via gerechtelijke weg kunnen worden aangesproken – ook wanneer politieke druk tekortschiet.
Ook PRO-Europarlementariër Tineke Strik, tevens hoofdonderhandelaar in het Europees Parlement over de Artikel 7-procedure tegen Hongarije, is opgetogen met de uitspraak:
“De nieuwe Hongaarse regering erft van Orbán een enorme constitutionele puinhoop, zoals ook deze Hofuitspraak laat zien. De opdracht aan de nieuwe regering is hiermee duidelijk: het urgente herstel van de rechten van de lhbti-gemeenschap zal centraal moeten staan wil het rechtsstatelijke herstelplan van de nieuwe regering geloofwaardig zijn. Ook voor de Commissie ligt er nu een duidelijke boodschap: de Europese basiswaarden in het EU-Verdrag zijn niet enkel te beschermen met politieke middelen, maar ook direct juridisch afdwingbaar bij het Hof. Dit zal de blauwdruk moeten vormen voor hoe de Commissie omgaat met ernstige en systematische rechtsstaatschendingen in EU-landen”, aldus Strik.